Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 254
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e structuur der rechtsbeginselen en de methode 242
Willkür des einen mit der Willkür des anderen unter einem
allgcmeinen Gesetz der Freiheit zusammen bestehen kann".
Zelfs ondanks het feit, dat we hier met een logisch analytisch
begrip te doen hebben (dat materieelen zin alleen ontvangt uit
het humanistisch persoonlijkheidsideaal der „autonomie"), is ook
de logisch-analytische zin van dit begrip slechts te vatten in den
kosmischen tijdssamenhang der wetskringen.
Dit humanistisch rechtsprincipe appelleert op den getalskring,
den ruimtekring, den mechanischen, den biotischen, den psychi-
schen, den logischen, den historischen, den socialen, den taaikring;
den economischen, den aesthetischen, den moreelen, den geloofs-
kring.
Men bedenke slechts, dat het recht menschelijke gedragingen
zinfunctioneel wil reguleeren. Een menschelijke gedraging nu is
een kosmisch functiecomplex, dat in alle wetskringen zijn zinfuncties
bezit.
Een slechts juridische handeling is een volmaakt zin-loos onding
en is ook niet in een begrip te vatten, daar het begrip van een
rechtshandehng reeds een kosmisch, d.w.z. tijdelijk organisch relatief
verband tusschen den rechtskring en den logischen wetskring voor-
onderstelt.
Het grootste gevaar, dat de gewraakte metaphysische opvatting
der rechtsbeginselen voor de rechtsbeschouwing met zich brengt
is dit, dat men met een devote kniebuiging voor de eeuwige beginse-
len „die niet in den tijd ingaan" het tijdelijke rechtsleven beginselloos
meent te kunnen vatten en een au fond utilaristische houding
tegenover de rechtsvorming inneemt. Het begrip „boventijdelijk
rechtsbeginsel" is intusschen in zichzelve tegenstrijdig. „Beginsel"
beteekent „begin" en alle begin is in den tijd.
Niet het beginsel is boven-tijdelijk, maar alleen de eeuwige, reli-
gieuze zin der wet en alle normatieve beginselen, ook die van
logisch, historisch, sociaal- taal-, aesthetisch, economisch, moreel
en pistisch karakter zijn een tijdelijke zinbreking van dien eeuwigen
zin der wet, gelijk die ons door Christus is geopenbaard. De
zonde in haar boven-tijdelijken religieuzen zin, is niet een zin-
functioneele normovertreding, maar raakt het hart, den wortel
van het menschengeslacht, zij beteekent een verwerping van
den eeuwigen zin der wet, den dienst van God. Doch ze open-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's