Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 162
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e Leerschool van Lucretia Wilhelmina 150
troosten. — De treurige toestand duurde reeds van 1753 of 1754;
maar zwaarder leed was daar nog bijgekomen. Vader V a n M e r
k e n was gestorven. Dat deze felle slag^), bij al het knagende
leed, de dichteres stom heeft gemaakt, verstaan we beter dan dat
hij ook later zoo zelden, en zoo kort, wordt herdacht: als met
moeder tezamen in den hemel.^) — Het volgend jaar (1757), viert
L u c r e t i a met een Geboortegroete moeders 70sten jaardag, „in
't midden van het buldren der orkaanen — V a n drukkend leed en
wreeden tegenspoed."') W a t al ramp en rouw, al hartzorg en
verdriet ging over haar heen! Dat laatste jaar was het bangste,
„dat u schier moordde aan 't krankbed van uw Vrucht." Hoe heeft
zij om zuster en moeder beiden geschreid. De moeder was onder
het leed neergezonken, maar God bracht haar van den oever des
doods nog terug. De zuster wordt nog altijd door woedende pijnen
verscheurd; God hoort het gebed niet. Maar Hij is alvermogend;
Hij kan, neen Hij zal nog betering geven, en verademing aan de
geteisterde zielen... En zoo niet: „Hij leere ons 't kruis, dat ons
te zwaar valt, sleepen; — T ot 's Heilands Liefde, uit deernis, bij
stand bied." En ja, die Liefde ziet zij komt zij draagt
voor ons . *)
De enkele verzen uit de twee volgende jaren zijn alle vol van
ditzelfde zware leed. Zielzucht tot God *) toont ons L u c r e t i a ,
uitgeput, wakend in den stillen nacht bij twee zorgelijke zieken;
want weer hebben „de onvermoeide liefdepligten" jegens de door
een „heir van kwalen fel bestormde zuster" ook moeder in ziekte
gestort. T erwijl de stille sterrennacht de wereld omhult, terwijl het
menschdom slaapt en rust, terwijl zuster pijn lijdt, wil haar geest
„Zijn drukkend leed der Godheid klaagen, — En schreien haar om
bijstand aan: — 't Benauwd en afgepijnigd harte, — Bezweeken
door de tegenheên, — W i l geen getuigen zijner smarte, — Dan
^) Zie V a n W i n t e r in Wi. Gelaksb., 334, en blz. 2S van dit opstel.
2) Nut d. T., 326, 327, 329.
3) Z.w. 297.
*) Lucretia Wilhelmina, en de achttiendeeeuwers in het algemeen, orakelde
K1 o o s tegen J o n c k b l o e t ' s meening in, waren „veel te kalmreflexief om
waarachtig diepgevoelde, voor de weergave in poèzie geschikte gemoedsaan
doeningen er op na te houden". K1 o o s a.w. 243.
») Nut d. T., 307.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's