Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 300
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Psychosen bij debilitas mentis 288
schijnselen op het terrein der psychomotoriek. De stoornissen in elk
van deze psychische sferen kunnen voor een groot deel, zoo niet
geheel, uit de oligophrenic worden begrepen.
Daartoe is het allereerst van groot belang, het gemoedsleven der
debielen te kennen. Bij den oligophreen staat op den voorgrond het
behouden blijven van het affectieve leven. W e l zijn er kwahtatieve
verschuivingen naar verschillende richtingen, speciaal naar grovere
en lagere vormen van gemoedsbewegingen: angst, toorn, wan-
trouwen, boosheid en ontstemming, welke belevingen alle geken-
merkt zijn door het dwaas-onnoozele en zot-inconsequente. Voorts
openbaart zich juist hier de nog niet gedifferentieerde werkzaam-
heid van den mensohelijken geest in de enge betrekkingen van
affect en motoriek, waardoor het gemoedsleven zich direct in de
psychomotoriek ontlaadt. W e komen hierop terug bij de bespreking
van de psychomotore symptomen. Soms kan vanwege de grootere
torpiditeit van het affectieven een tijdelijke leegte ontstaan, of ook
kan er door het lagere niveau der persoonlijkheid onzuiverheid in de
affecten optreden en een wegzinken in primitievere vormen. En ook
is het mogelijk, dat bij psychische desorganisatie de reeds van nature
aanwezige neiging tot inadaequate affecten aanmerkelijk stijgt, waar-
door een op schizophrenic gelijkende kloof tusschen affect en voor-
stelling optreedt. De werkelijke schizophrenen onderscheiden zich
echter van de schijnbare door een reeds vroeg verkoelen van de
affectwarmte, een afstompen van de interesse, een gemis aan ont-
plooiing van samenhangende wilsactiviteit. De stemmingen en affec-
ten van de ohgophrenen zijn overeenkomstig de beperktheid en
armoe van het verstandelijk leven weinig genuanceerd, maar de
weinige tonen behouden klank, in tegenstelling met de schizophrenen,
die de heele scala kunnen behouden, doch daar zijn ze mat en dof.
In zijn gedragingen is de ohgophreeu' meer sociaal dan met zijn
weten overeenstemt, de schizophreen weet meer dan hij manifesteert.
Tijdens de oligophrene psychosen kan de gelijkenis met schizophre-
nic echter zeer groot worden, want de niet-psychotische zwak-
zinnige beschikt dikwijls over compensatoire momenten, die juist
hier zich konden ontwikkelen, aangezien reeds in de jeugd allerlei
letsels zijn opgetreden, compensatie is dus nog mogelijk. Zoo zullen
in de debiliteitspsychose sociale en ethische gevoelens verbleeken
of uitvallen, aangezien deze zijn aangeleerd. Ook moeten we van-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's