Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 180
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Leerschool van Lucretia WÜhelmina 168
keeren . . . Ps. 105 : 3. Vraagt naar den Heer en Zijne s t e r k t e . . .
en vs. 24 daarbij. Ook nog bij hem op Ps. 139 : 14. Doorgrond me,
en ken mijn hart, 5 H e e r ! . . . ^ ) En bij V a n W i n t e r op Ps.
66 : 10. God zij altoos op 't hoogst' geprezen! . . . Ps. 92 : 1.
Laat ons den rustdag w i j d e n . . . Ps. 134 geheel: Dat 's Heeren
Zegen op u d a a l . . .^)
Met V o e t behooren dus R o u l l a u d , A s s c h e n b e r g en
V a n W i n t e r tot onze meest geliefde psalmvertolkers.*) Dat ik
vermoed, in den bundel van Laus Deo nog vaak het eigen werk
van ieder dichter voor mij te hebben, gaf ik reeds te kennen.
Anders dan bij V o e t , waar naar zijn eigen getuigenis'') slechts
weinig regels onveranderd bleven, spreekt het Voorbericht van
Laus Deo slechts vrij vaag over den aard der samenwerking: „met
nauwkeurigheid nagezien, met den tekst vergeleken, en niets voor
afgedaan gehouden dan met algemeene goedkeuring." In elk geval
zal bij V a n M e r k e n , de voornaamste der samenwerkende leden,
nieuweling nog in den vriendenkring, maar erkend talent, de critiek
zich wel meest bepaald hebben tot zelfcritiek. Haar aandeel aan
onze psalmberijming moeten wij nog nader bezien; daar was het
ons toch in de eerste plaats om te doen.
Zij gaf het meeste, zij gaf ook het beste, omdat zij het diepste
putte. De synode van Stad en Lande van 1763 had wijs opgemerkt,
dat er verscheidene gaven waren: voor treur-, boet-, juich-, dank-,
troostpsalmen, voor nauwkeurige leerstellige voorstelhng, voor „het
zielinnemende en hartstochtelijke" aandoen van het gemoed door
de poëzie.^) Meer dan eene van die gaven bezat onze dichteres, en
zij had ze verdiept in het lijden. In haar psalmen worden wij
aangegrepen door de macht der poëzie; het is als gevoelen wij ver-
wantschap en gemeenschap van ziel tusschen dichter en nadichtster.
Ook de commissie is meermalen onder den indruk van haar poëtische
kracht. Ps. 51 hadden zij bijna van Laus Deo genomen, als
„schoonere Poësy", ondanks meer leerstelhgheid bij V o e t ; bij
1) Verder zijn van R. Ps. 35, 64, 88, 113.
2) Verder zijn van V. W . Ps. 47, 8C, 93, 136.
^) Op A. viel ook de keuze viermaal eenparig, „gul eenparig"; op R. eveneens:
Ps. 139 heet een meesterstuk; ook bij v. W. en P. herhaald eenstemmigheid.
*) Voorrede.
5) V a n I p e r e n a.w. I, 316.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's