Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 94
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De eenheid der syntaxis 82
wijze van zien is oorspronkehjker, omdat zij nog niet de twee-
eenheid vastlegt in een uitdrukking, die het eene en het andere
bestanddeel van elkander onderscheidt. Door de bestanddeelen zoo-
veel mogelijk gelijk te behandelen, symboliseert de taal hier het
gelijke aandeel, dat zij in de twee-eenheid hebben. Dit gelijke aan-
deel, om zoo te zeggen het evenwicht, waarop de twee-eenheid
rust, wordt verbroken, als eenzijdig een bestanddeel als bepalend
en het ander als afhankelijk daarvan (genitief) wordt gereleveerd.
In : a (subst.) -\- b (subst. gen.) is de verhouding der bestand-
deelen reeds zoo vastgelegd, dat de omkeering : b (subst.) -f- a
(subst. gen.) iets anders beteekent en dus niet in de plaats van dat
eerste zou kunnen staan. Deze onomkeerbaarheid, die het niet aan-
schouwelijke denken vanwege haar bepaaldheid prefereert, is, be-
houdens de winst der bepaaldheid, tevens onvrijheid, waarin de
taal, aangetrokken tot preciseering, zich argeloos begeeft. De be-
standdeelen a en 6 komen nu, zelf reeds als woorden onderscheiden,
daarbij nog het merk hunner onderlinge bepaaldheid te dragen.
Deze evenwel (a van b) heft vooreerst de uitwendige gelijkheid
op tusschen a en b en wekt den schijn, alsof de eenheid a b eerst
na weglating der specifieke onderlinge verhouding tot stand zou
komen. Dit is evenmin het geval als, gelijk boven aangetoond, de
vorm S P door weglating tot den vorm : S-herhaald wordt, daar
deze laatste de grondvorm van den anderen bleek te zijn, al is hij
uitwendig eenvoudiger. Evenzoo nu is het dichterlijk gebruik Eur,
Alc. 6 7 9 : vsavlag Xóyovg') ginicov grondiger en dichter bij
het ontspringen der taal uit haar beginsel dan de „opzichtigere" en
tevens gebruikelijkere vorm veaviov Myovg. De nadere bepaling
van den aard der betrekking tusschen het eene en het andere, in
eenheid verbonden substantief kan niet voorafgaan aan de ver-
bondenheid zelf, die steeds en overal twee-eenheid is. De ver-
vanging van veaviag Xóyovg door veaviov Myovg is slechts dui-
delijker dan het eerste, in zooverre de verhouding tusschen veaviag:
en Xóyovg in eenheid van te voren al doorzichtig was. Deze door-
zichtigheid van het hoe, waarin veaviag en Xóyovg zich verbinden,
is niet apart van de verbinding tot eenheid zelf gegeven. Daarom is
') V e r g l . Eur. Or. 529: yiQovx' ècp»aX/i.óv; Eur. Ion. 1 3 7 3 : oiv4xri%' fUov.
H e s i o d . O p . 191 : xaxoiv ^EXT^^O xaï vfigiv avf^a.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's