Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 202
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn 190
8. Veel minder diep dan de physis-leer graaft — ondanks
den roep welke gewoonlijk over haar gaat — de moraal der
oudste Stoa. Haar grondtendenz is betrekkelijk makkelijk aan te
geven : deze „ethiek" is, evenals die van andere Grieksche scholen,
teleologische innerlijkheidsmoraal: 't doel van 't goede is de
eudaemonie.') Doch wie „moraal" zegt zegt „norm", en dus „wet";
een „doel" echter ligt steeds aan de zijde van het subject. Van-
daar, dat iedere moraal die van een doelstelling uitgaat zich
schuldig maakt aan de vereenzelviging van wet en subject. Het
nominalisme nu verabsoluteerde deze fout, doordat het, na alle
andere vastheid verloren te hebben, aan deze moraal den eisch
stelde absoluut te zijn. Houdt men dit in 't oog, dan is 't verschil
tusschen Epicureeërs en Stoïcijnen makkelijk te typeeren: de eersten
offeren het postulaat op aan de werkelijkheid van 't genot en
hebben alle moeite om hun omgeving duidelijk te maken, dat dit
leven nu heusch naar een norm wordt geleid; de Stoa daaren-
tegen laat het postulaat voor verwerkelijkt doorgaan en wordt
dus ondragelijk hoogmoedig, terwijl ze ondertusschcn in een
splinterige casuistiek telkens aan den inhoud van 't postulaat moet
tornen om zich door den afstand tusschen theorie en practijk
niet geheel belachelijk te maken. Zoo verschilt ze van het Fari-
zeeïsme voornamelijk slechts door 't ontbreken van den religieuzen
schijn. Het rigorisme dat haar tegenstanders haar nahielden, lag
dan ook meest in den toon: in de goederenleer heeft reeds bij
Z e n o de invloed van de Academie (Stil p o en P o l e m o n ) de
ruwheid der Cynici gematigd.
Dat alles leerde Z e n o reeds: 't begin der gerechtigheid is ook
bij hem de bevrediging (omeimai;) der natuur ^); bij 't streven naar
geluk is de deugd, evenals bij S t i 1 p o, zichzelf genoeg, ^) het juiste
(TÓ xarÓQêmjua) — de term is ons bij Z e n o alleen in de vertaling van
C i c e r o (recte facta) bewaard — vindt men alleen bij den goede, *)
die karaktervol, consequent, in overeenstemming met de natuur,')
') E . H o w a l d , Ethik des Altertums, München und Berlin, R. Oldenbourg,
1926, pg. -19—56.
2) S. V. F., I, 46. 4 en 48, 37.
3) S. V. F., I, 46, 33.
*) S. V. F., I, 55, 23.
5) S. V. F., I, 45, 21, 27, 30. 32 en 34.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's