Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 150
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Leerschool van Lucretia Wilhelmina 138
Kunstmeceen, die door (zijn) lessen (Haar) Zangster, daar ze,
alleen en afgemat, De Dichtkunst zocht op 't glibbrig gloripad,
Het voetspoor wees".. }) Dit is een authentiek gegeven omtrent
de leerschool der dichteres. Er zijn andere, niet controleerbare,
mededeehngen over haar vorming. Jo. d e V r i e s zegt, dat zij
reeds vroeg door haar neef F r a n s d e H a e s ^ ) „met de voor-
treffelijkste vernuften van haren tijd in kennis werd gebragt"^);
hierdoor, maar nog meer door een dagelijksche oefening in de wer-
ken van V o n d e l , C a t s en D e D e c k e r zou zij haar natuur-
lijken aanleg hebben ontwikkeld. V o n d e l , natuurlijk; D e
D e c k e r en C a t s , wij begrijpen die keuze van L u c r e t i a
volkomen; maar aan de leering bij D e H a e s en zijn vrienden
twijfelen wij. Zelf zegt zij, alleen te hebben gezocht, slechts door
Fontein wat terechtgeholpen. Wij vermoeden, dat zij zonder be-
middelaars en bedillers tot V o n d e l ging; zijn invloed bespeuren
we voortdurend in klank, maat en uitdrukking. *)
Slaan wij F. d e H a e s' dichtbundels op, dan treft ons, hoe-
vele zelfde familieleden en vrienden hij bezingt als zijn nicht: wie
de verhoudingen verder wil naspeuren, kan hier terecht. De Re-
monstrantsche sfeer is hier onmiskenbaar; een schaar van Remon-
strantsche predikanten worden ons hier voorgesteld naast den
eenigen Menist F o n t e i n . Maar de twee gedichtjes op nicht
L u c r e t i a wijzen in niets op een leerlingsverhouding. Trouwens,
wat zou zij hebben moeten leeren van den moeizamen rijmer, die
met al zijn gewichtige allures toch zoo ver beneden haar talent
stond ? ^) Alleen vinden we, dat hij in 1742 aan de nicht, die dan
al in bijbelsche dichten „een hefelijken geur van vlijt doet rieken"
— ex ungue leonem! — een deel van zijn eigen bijbelsche keur-
ij Nat d. T., 186.
^) Een Rotterdamsch dichter (1708—1761), die in zijn woonplaats school
maakte. Zijn dichtkundige lessen aan beginners werden in 1759 door Tael' en
Dichtk. Bijdr. en Philanthrope in concurrentie afgedrukt. i
3) Gesch. N. Dichtk. II, 259.
*) Overigens is V o n d e l heel de 18de eeuw door bij onze dichters en rijmers
in hooge eer. Wie dat meent te kunnen tegenspreken, als Dr. d e R a a f deed
in een bespreking van mijn Heiman Dullaert, is verkeerd ingelicht.
^) Ik kan den begaafden dichter ( W i t s e n G e y s b e e k ) noch de bijzon-
dere zoetvloeiendheid (T e W i n k e 1) bij hem ontdekken. Wel een ruim gebruik
van het enjambement, anders dan bij V a n M e r k e n .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's