Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 141

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 141

Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)

2 minuten leestijd

DE LEERSCHOOL VAN

LUCRETIA WILHELMINA

J. WILLE

Het Nut der Tegenspoeden. „Wat? het nut der regenhoeden?"

Alleen door deze laffiteit van den droogkomieken makelaar uit de

Camera Obscura bleef onder ons volk nog eenige herinnering aan

de eens zoo beroemde dichteres V a n M e r k e n en haar be-

kendste werk. Vage, en wel ondanks B e e t s , niet gunstige her-

innering. W a n t hij bespotte wel in de vrienden van Oom S t a -

s t o k het litteraire peil van den gemiddelden burgerman van zijn

tijd, maar aan de dames kende hij meer natuurlijk gevoel voor

poëzie toe. En Mejuffrouw V a n N a s l a a n vond het een heel

mooi, een heerlijk boek. B e e t s sprak nog van het „bekende ge-

schrift"; het was een twintig jaar te voren ook nog herdrukt. En

de dichteres was nog volstrekt niet vergeten. Niet alleen haar

tijdgenooten hadden haar eenstemmig hoog verheven, een naijverige

B e t j e W o l f f , een geleerde R u h n k e n i u s , een hypercriti-

sche V a n G o e n s niet uitgezonderd ^); ook de geschiedschrijvers

onzer letterkunde, uit het eerste kwart der 19de eeuw. } o. d e

V r i e s , V a n K a m p e n , S i e g e n b e e k roemen nog haar

groote verdiensten en voorspellen haar onvergankelijken roem. Dat

deed ook B i l d e r d i j k : hij prijst in 1820 de „onvergelijkelijke

Dichteresse" om haar schoonheden van detail en haar bewonde-

renswaardige versificatie*), en in 1824 stelt hij „de onsterfelijke

zangster van Germanicus", tegen wier roem en invloed geen enkele

tijdgenoot had opgekund, op één lijn met V o n d e l en P o o t ,

om haar diepgaande en verheven verskunst. ^) En de veelzijdige,

gevoeUge kenner van omtrent de heele Europeesche letterkunde,

W i l l e m d e C l e r c q , terzelfdertijd opkomend tegen de reeds

beginnende miskenning der voormalige „Tiende Muze", verklaart

^) V a n G o e n s in AT. Bijdragen, II, 585.

*) Vóór Ondergang der eerste Wareld,

3) N. Verscheidenheden, II, 120—IZI.

W.B. 9

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's