Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 67
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
55 D e Uitzetting van Mr. Willem Bildeedijk
Zoo ik ook gedacht had aan heen te gaan, waarom had ik mijn papieren,
mijn MSS., mijn aanteekeningen, mijn zeldzame boeken, die niet meer te
vinden zijn, mijn zaken van affectie niet geborgen? Had ik willen gaan,
en dat wel om schulden, zoo had ik arresten op mijn goed moeten wachten,
en ik had er dus zulke dingen aan moeten onttrekken.
Dat is een zeer juiste opmerking. Dat B i l d e r d ij k ten gevolge
van zijn verbanning vele van zijn boeken, handschriften en notities
kwijtgeraakt is, valt moeilijk te betwisten. Klachten daarover komen
in de correspondentie met zijn vrouw telkens en telkens voor i ) .
Ook in een brief aan K i n k e r van 10 Mei 1797. Hem vraagt hij
angstig, wat er bij de in-beslag-neming geworden is van zijn boeken
met eigenhandige aanteekeningen en marge, van zijn prenten, zijn
teekeningen, zijn handschriften van „de Geschiedenis van Holland",
van „de Nederlandsche Grammatica" en dat ,,Op de Ode"2). „Het
gaat niet aan" — zoo zegt D r . B o s c h , de schrijver van het
artikel over „Brieven van Willem Bilderdijk aan Johannes Kinker" —
,,met K o 11 e w ij n te blijven volhouden, dat B i 1 d e r d ij k zich
heeft ,,laten verbannen". Wanneer men nagaat, in welke ijlende
haast zijn vertrek moest voorbereid worden, is het duidelijk, dat het
vonnis, dat zijn verbanning inhield, hem plotseling op het lijf ge-
worpen werd. Hem werd geen tijd gelaten een enkel boek van zijn
bibliotheek, welke in '95 6000 werken rijk was, mede te nemen noch
zich te verzekeren van de talrijke studies, notities en teekeningen,
welke hij in den loop der jaren ontworpen had." 3)
D r . B o s c h motiveert zijn meening ook hiermee, dat B i 1 d e r-
d ij k geen gelegenheid had eenige orde op zijn finantiën te stellen.
Tegenover zijn schulden stonden zijn vorderingen, en dan hij had
„vooruitzichten op enkele niet te versmaden erfenissen van bloed-
verwanten, bij welker verdeeling zijne belangen bij zijne afwezig-
heid licht geschaad konden worden". Het best blijkt, volgens
D r . B o s c h , de overhaastheid van zijn vertrek uit het feit, dat
hij gedwongen was de behartiging zijner belangen aan zijn vrouw
op te dragen 4). Niemand, dien hij daarvoor aanzocht, durfde zich
1) Bilderdijk's Eerste Huwelijk, p. 170, 190—191, 197, 215, 219, 238.
*) Oud-HoUand XXXH (1914), p. 148.
») Ib.. p. 92.
*) Ib., p. 92.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's