Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 146
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Leerschool van Lucretia Wilhelmina 134
stond, en „in vroeger tijd op 't Stichtsche Zydebaalen Gewenschte
dagen sleet in 't huis van Syderveld" ^), zoolang tot „het Sterflot
haar die Vrienden heeft onttoogen". In 1748 zond zij aan familie
leden een feestwensch „uit den kreits van Zydebalen, W a a r zij
vrij mag ademhaalen"'^). De bekende machtige burgemeester van
Amsterdam, G e r a r d A e r n o u t H a s s e l a a r (f 1766), was
ook een goede vriend; zij droeg hem haar Nut der Tegenspoeden
op, „den wijzen Burgervader, die minzaam aan (haar) teedre kunst
gedenkt". Vroeger had hij haar „heusch opgebeurd", vernemen wij
daarbij. Het zal geweest zijn in 1759, toen zij zoozeer opbeuring
behoefde. W a t hij, vermoedelijk niet lang daarvoor, haar heeft
aangeboden of voorgesteld, ontgaat ons, maar als zij in 1760 hem
dankt voor hulp, op haar bede, verleend aan „drie hulpelooze
Weezen, Bij een verlaaten Weduwvrouw" ^), verontschuldigt zij
nog haar weigering: „Nooit moet uw heuschheid zich beklaagen.
Dat Uwe gunst mij toegedacht. Voor mij weleer geen zegen wracht:
Nu kan Uw gunsfr mij meer behaagen: Gij schenkt 't geen ik voor
andren z o c h t . . . Gij hebt, in hen, mij heil gezonden. En mij in
diepe schuld gezet; Een schuld die ik met eer kan d r a a g e n " , . . .
Zij heeft dus uit eerbesef of onafhankelijkheidsgevocl geweigerd.
Daarop heeft waarschijnlijk ook reeds betrekking, wat zij in 1758
eerbiedig, maar zelfbewust tot hem sprak*): „Uw edelmoedigheid
heeft mijnen geest bekoord. Gij boeit geen cedle ziel door pijnigend
verlangen; M ijn needrige achting is door Uwe taal gevangen; Aan
vaard mijn hulde als iets, dat aan U w deugd behoort." ) Goede
vriendschap met de regentenfamihe M u n t e r en den aan heïi
verzwagerden D. J. v a n H o g e n d o r p bemerken we eerst in
verzen van 1781 ), maar de verwantschap met de aanzienlijke Rot
terdamsche families L e e r s en V a n d e r H o e v e n vinden we
reeds van 1746 af. Neef A r n o u t L e e r s is oudschepen van
Rotterdam, directeur van den Levantschen handel, heer van Ameide
1) Nut d. T., 145 vlgg. Waare Geluksb., 196.
2) Nuf d. T., 166.
3) A.w. 333.
*) A.w. 300; bij zijn vierde burgemeesterschap.
^) M oet men ook Nut d. T., biz. 35, hierbij misschien vergelijken: over trotsche
zielen en genoten onderstand ?
8) W. Geluksb., 205. Vgl. oök 210.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's