Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 237

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 237

Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)

2 minuten leestijd

DE STRUCTUUR DER RECHTS-

BEGINSELEN EN DE METHODE

DER RECHTSWETENSCHAP IN HET

LICHT DER WETSIDEE

H. DOOYEWEERD

De vraag: Is een Calvinistische rechtswetenschap mogelijk?, moet HetneatraliteitS'

voor allen, die aan den eisch der ,,neutraliteit" van het weten- ft"ji !!£^"'

over ae mogs-

schappelijk denken als een vanzelf sprekend iets vasthouden, een Ujkheid eener

wonderlijken klank hebben. rSttet?

Maar dit feit op zichzelf kan uiteraard niet afdoende zijn, om de schap.

vraag af te wijzen, of reeds a priori in haar een „contradictio in ter-

minis" aan te nemen.

Integendeel, de geschiedenis van het rechtswetenschappelijk den-

ken schijnt bij een inderdaad critische bezinning eer grond te geven

voor de tegenovergestelde vraag : Is een neutrale rechtswetenschap

mogelijk?

W a n t het is tot op heden zelfs niet gelukt object, methode en

problematiek der rechtswetenschap los van de levens- en wereldbe-

schouwing vast te stellen.

Slechts het naïeve positivisme, voor hetwelk het stellig recht zelf Hetvöór-oordeel

geen

o f

probleem meer was, heeft een oogenblik

o

''".,. . ' "a'efe

in ernst kunnen mee- positivisme.

nen, den band tusschen rechtswetenschap en levens- en wereldbe-

schouwing te hebben doorgesneden.

Maar dat naïeve positivisme is door het moderne zgn. „critisch"

positivisme reeds lang ontmaskerd. Zijn geheele grondslag bleek

één groot politisch vooroordeel: het dogma van het recht als den

wil van den staat en van den staat als een vóór- en bovenrechtelijke

realiteit. Dat dogma belastte zoowel zijn naïeve opvatting van de

rechtsbronnen, als zijn juridische geldingsleer en zijn logicistische

interpretatietheorie.

Het naïeve positivisme zwoer bij het positieve recht, het wilde

niets dan dat positieve recht vatten.

Maar de eerste wetenschappelijke bezinning leert ons, dat het

w. B. 15

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 237

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's