Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 127
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
115 Hoogere equivalenties
enz., hebben ; hier blijken substantief en werkwoord via het verschil
van Europceschen en Amerikaanschen taalbouw elkanders equivalent.
Ook de opvatting, dat een andere beschouwingswijze hier den eenen
en den anderen taaigeest beheerscht, verandert .niet, maar be-
vestigt, dat eenzelfde iets zus en zoo beschouwd blijkt te worden ;
het is een minder directe beschrijving juist van het feit, dat onver-
wacht equivalent blijkt, wat in het verenkelde, niet vergeleken taal-
gebied slechts onderscheidenheid vertoont.
Zoo heeft de syntaxis, op zoek naar haar eigen eenheid, daartoe
niet een aparten speculatieven toegang buiten de empirische talen
om : haar eenheid is niets anders dan de eenheid in het concrete
der talen. In deze, onbereikte, eenheid, waarvan alleen de richting
is aan te geven, waarin zij ligt, worden alle voorloopige, grondige
onderscheidingen, die vigeeren binnen het begrensdere, te niet ge-
daan. Die eenheid zelf is reeds daarom voor menschelijke kennis geen
bereikte eenheid, wijl ze aangewezen blijft op niet slechts onder-
scheidende menigvuldigheid, maar ook op grondige onderscheiden-
heid, dat is een zoodanige, die zich bij voortgaande verruiming van
materiaal handhaaft.
Nadat nu aangestipt is, volgens welke methode verder onderzoek
naar de eenheid der syntactische vormen kan worden ingesteld,
wenden wij ons nogmaals naar het relief, dat van de onderscheiden-
heid der beteekenissen (niet der vormen) afhangt en dat de wezen-
lijkste voorwaarde tot opbouw van den zin bleek. Zijn onderscheiden
beteekenissen niet juist onderscheiden als soortgenootcn en soort-
verwanten volgens de indeelingen, die de syntaxis voltrekt (subject,
praedicaat e. dgl.)? Zijn er niet reeds vóórdat de taal naamwoor-
delijke en werkwoordelijke uitdrukkingen scheidt, in de wereld van
het zakelijke grondige verschillen, die door de categoriën der taal
als het ware worden nageteekend ? Voorloopig schijnt zooveel
zeker, dat die veronderstelde zakelijke verschillen niet anders ken-
baar zijn, dan zóó als de empirische talen ze teekenen. En deze
teekenen ze op verschillende wijze : hetzelfde is hier naamwoorde-
lijk, ginds werkwoordelijk. Wij bouwen eer, omgekeerd, een zakelijk
wereldbeeld naar de lijnen, die de taal schijnt voor te teekenen en
rangschikken dan vogel, mensch, enz., onder die voorwerpen, waar-
onder de taal ze voor ons rangschikt, nl. de substantieven. Maar
juist déze zakelijke teekening is afhankelijk van en begrensd tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's