Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 72
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Uitzetting van Mr. Willem Bilderdijk 60
Toch was hij dat niet i ) . Hij was integendeel, gelijk ook K1 u y v e r
wel ingezien heeft 2), een geloovig man.
Het zou daarom des te erger zijn, zoo hij inderdaad het feit, dat
van hem een eed gevergd werd, aangegrepen had om zijn vrouw
en zijn schuldeischers te ontloopen. Men zou hem dan niet maar
berekening, maar duivelsche berekening ten laste moeten leggen.
Wij zijn er verre vandaan dat aan te durven. Natuurlijk is het niet
volstrekt onmogelijk, dat de gedachte, dat de indiening van het
adres op eenigerlei wijze verandering zou kunnen brengen in zijn
huiselijke en finantieele omstandigheden hem een oogenblik door den
geest heeft geflitst — het tegendeel is althans volslagen onbewijs-
baar —, maar dat aan het adres en al wat er mee samenhangt het
welbewuste opzet ten grondslag gelegen heeft om de uitzetting te
bewerkstelligen, lijkt ons, op grond van de bekende feiten, onhoud-
baar. W e l kan men, zich daarvan losmakend, meenen langs den weg
der Einfühlung in het diepst van B i 1 d e r d ij k's persoonlijkheid
door te dringen, maar men loopt dan het groote gevaar genoegen te
nemen met een simplistische verklaring, die in het minst niet bevre-
digt. Zoo is de B i 1 d e r d ij k, zooals K o 11 e w ij n hem bij de
uitzetting teekent, al wiens doen en laten in elkaar sluit als de
stukken van een legkaart, niets minder dan een schurk.
Men hoede er zich voor hem van den weeromstuit tot een heilige
te maken. Hij was een man met groote gebreken. Met name tegen-
over zijn eerste vrouw heeft hij zich ernstig misdragen. Het is ge-
woonweg schandelijk, hoe hij, toen hij eenmaal bigamie had ge-
pleegd, verscheiden jaren gelogen en bedrogen heeft. Maar ook
geloovigen kunnen in zware zonden vallen. Ook mag men B i 1 d e r-
d ij k in 1795 niet beoordeelen naar hetgeen hij later gedaan heeft.
Dat wil niet zeggen, dat men daarom alles wat hij in 1795 heeft
gezegd of geschreven voor de volle 100 % zou behoeven te aan-
vaarden. Er schuilt ongetwijfeld waarheid in, als Prof. K a 1 f f
spreekt van het ,,maskeradecostuum", dat hij draagt in den Treur-
zang Ibn Doreid3), of als Prof. P r i n s e n van hem zegt:
„prachtig poseert hij als ongelukkig slachtoffer"*). Mits men hier-
1) Brieven II, p. 65—67; Dichtwerken, XV, p. 111.
2) Verspreide opstellen, p. 227.
^) Geschiedenis der Letterkunde, VI, p. 202.
*) Handboek», p. 536.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's