Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 244
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De structuur der rechtsbeginselen en de methode 232
zijn in den kosmischen tijd van den onvergankelijken, religieuzen,
alle tijdelijkheid transcendeerenden wortel van het menschen-
geslacht in zijn onderworpenheid aan den eeuwigen religieuzen zin
der wet: den dienst van God.
Bij dezen kijk op onzen kosmos is de logos een wetskring tusschen
alle andere tijdelijke wetskringen, gegrond in denzelfden religieuzen
wortel als alle andere wetskringen. In iederen wetskring is een zin-
volle subjectsfunctie der organische kosmische realiteit onderwor-
pen aan een zinvol geheel van functioneele wetten.
Wijl alle wetskringen gelijkelijk een zin-breking zijn van den
onvergankelijken, aan den eeuwigen religieuzen zin der wet onder-
worpen wortel onzer schepping, bezitten ze tegelijk in hun functio-
neelen zin souvereiniteit in eigen kring en kunnen ze geen van alle
in hun souvereinen zin worden gevat buiten den kosmischen zin-
samenhang der wetskringen en buiten afhankelijkheid van den
religieuzen wortel.
Dit geeft een kijk op onzen kosmos, die „toto coelo" antithetisch
zich verhoudt tegenover iedere wijsbegeerte, welke in het immanen-
tiestandpunt der rede- of functioneele bewustzijnssouvereiniteit is
verankerd.
O p Calvinistisch-Christelijk standpunt is geen plaats meer voor
„-ismen" in den zin van vcrabsoluteeringen van specifieke zinfunc-
ties van onzen tijdelijken kosmos.
Nóch voor een naturalisme, als verabsoluteering der natuurfunc-
ties, nóch voor een „idealisme", als verabsoluteering van de rede-
functies, nóch voor een logicisme, psychologisme, moralisme, aesthe-
ticisme, of welke -ismen de geschiedenis der wijsbegeerte nog ver-
der moge aanwijzen. En evenmin voor een dualistische scheiding
binnen onzen kosmos tusschen idee en natuurwerkelijkheid, tusschen
een abstract rijk van het zoo behooren en een abstract rijk van het
,.natuurzijn".
Al deze -ismen zijn geworteld in een humanistische wetsidee,
welke haar archimedisch punt niet in den transcendenten~religieu-
zen wortel onzer schepping, maar in de immanente tijdelijke en dien-
tengevolge relatieve rede-functies kiest.
Zij zijn alle in hun hypostaseerende instelling apostatisch, afgo-
disch, onvereenigbaar met de absolute religieuze waarheid van het
Christendom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's