Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 149
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
137 De Leerschool van Lucretia Wilhelmina
Ds. P . F o n t e i n , op wiens huwelijk zij een vers maakte (1748),
de man, dien wij zoo vaak in de 18de eeuwsche philologie en let-
terkunde aantreffen als groot geleerde, en welwillend onderrichter,
was „leeraar der doopsgezinden te Amsterdam".^) L u c r e t i a
roemt zijn groote wetenschap, maar ook zijn afkeer van „twisten
uit Schoolschen waan geboren"'*); hij is een prediker, ,,die liefde
leert, ons heil en vree doet h o o r e n " . . . Ons: sluit zij zich bij zijn
auditorium in? Aan „mejuffrouwe" J o a n n a d e C l e r c q zendt
zij een troostzang (1760) over het verlies van haar m a n : den
leeraar der Doopsgezinden B. v a n L e u v e n i g . ' ) Ook J a c o b
d e C l e r c q , met wien zij even vertrouwd schijnt, en dien zij in
een gevoelig gedicht tracht te troosten over het sterven van zijn
vrome vrouw, een ware D o r c a s (1753), zal wel menist zijn
geweest.*) Voor H a r m a n u s N o o r d k e r k is er alleen een
bijschrift op zijn portret (1759): hij is de onbaatzuchtige, verhchte
rechtbezorger van armen en verdrukten ^); maar er is geen reden
voor ons om daaruit te onderstellen, dat hij voor V a n M e r k e n
ook maar bij benadering zooveel zou hebben beteekend als voor
B e t j e W o 1 f f.
W a s V a n M e r k e n Doopsgezind of Remonstrantsch? Of toch
misschien lid der Hervormde Kerk ? Uit haar Remonstrantsche
uitingen kan men daarover niet beslissen. Het trouwboek wijst het
uit: . . . „ L u c r e t i a W i l h e l m i n a v a n M e r k e n , van Am-
sterdam, Remonstrants, oud 47 jaren, op de Keysersgragt"... )
B e t j e W o 1 f f trouwens schreef haar : „hoe dikwijls ik in de
Remonstrantsche Kerk ben geweest om de eere te hebben van u
te sien".'')
Ds. P i e t e r F o n t e i n was ook voor L u c r e t i a W i l h e l -
m i n a de „leider geweest naar 't choor der Dichteressen", (haar)
1) Nuf d. T., 186 vlgg. Eerst te Rotterdam, tot 1739; vgl. ook N. d. T., 188.
Hij kan dus tot contact tusschen Amsterdamsche en Rotterdamsche dichters heb-
ben bijgedragen.
2) Z.w. 187.
3) Nut d. T., 337.
*) Ook W i l l e m d e C l e r c q was van huis uit Doopsgezind.
6) W. Gelaksb., 95.
8) Archief Amsterdam, Boek 614 f. 144 v.: Ondertrouw 9 Sept. 1768.
') J o h . W . A. N a b e r , Wolff en Deken, 113.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's