Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 159
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
147 De Leerschool van Lucretia Wilhelmina
vond, „nu leeft in 't zalig Hof der hoven", moet den echtgenoot tot
troost zijn. Zij hoopt hem in den Hemel eens weder te zien. Slechts
„weinig dagen" later volgt J a c o b S ij d e r v e 11, en „ontmoet
M a r i e in 't Rijk der Eeuwigheid".^) W a r e de teerhartige vrouw
nog op aarde geweest, zij zou dien slag niet overleefd hebben.
„Algoede God! ontferm U, toon genade — Aan hun geliefd en
ouderdervend kroost." — De tweede ervaring (1750).
Intusschen had ook het Vaderland in grooten nood verkeerd.
Oorlog van buiten, de veepest en volksberoeringen van binnen.
Haar dichtvriendin O o r t m a n wacht vergeefs een jaardicht. In
een strophisch gedicht, met kunstig geschakeerd refrein, geeft
L u c r e t i a de reden: „Gods toorn en 'sVijands magt, die nie-
mand kan bedwingen — Vervullen 't all' met rouw! en och! kan
ik dan zingen?" Laat ons liever bidden. ,,Ligt daalt Gods zegen,
door 't gebed — V a n 's Lands boetvaardigheid bewoogen, — Tot
schrik des vijands, uit den hoogen, — En word de veege Staat
g e r e d " . . . (1747)=^)
In Troost aan Nederland^) viert zij aanstonds de verheffing van
Willem IV: God zond Friso tot redder uit Frankrijks geweld,
Friso, door wiens geslacht Nederlands welvaart en grootheid werd
gesticht. *) Ook nu weer gaf God een Gideon uit het Oranjehuis,
dat reeds zoo vele malen Nederland redde uit den nood : door
Vader Willem, goed, bloed en leven offerend, Maurits, Frederik,
Willem III, J. W . Friso. De herboren Fenix zal ook nu weer den
ijdelen roem van Frankrijk doen verstommen; zijn ,,deugd" zal zich
daarbij in het bestieren van Land, van Kerk, en Staat, „bedienen
van den raad der grijze Ervaereniss'." Vergezelt den Prins met uw
gebeden, als hij in 't oorlogsveld den Hollandschen tuin ver-
dedigt.
De verwachtingen werden maar zeer ten deele verwezenlijkt, en
L u c r e t i a liet in 1762 het gedicht niet herdrukken. W e l den
Feestzang op het eerste Eeuwgetijde der Nederlandsche Vrijheid
1) Nut d. T., 231.
2) Z.w. 161 vlgg.
*) Niet in Nut d. T. opgenomen, maar in afz. uitg. bewaard.
*) Met genoegen merken wij op, dat de dichteres Nederland en zijn „grootsch
en uitgestrekt gebied" in Indië, reeds ten nauwste in haar gedachten verbindt als
één Rijk. Zie Ie strophe. Vgl. ook Nut d. T., 197 bovenaan, 209, 253.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's