Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 52
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Uitzetting van Mr. Willem Bilderdijk 40
(zoogen.) patriotten op zich geladen had, zou ik geenzins bestaan hem
vrij te pleiten.
T y d e m a n meent echter voor de „scherpe vervolging",
Bilderdijk aangedaan, ook een gansch andere, geheel buiten hem
gelegen, oorzaak te kunnen aanwijzen, n.1. weerwraak voor hetgeen
een jaar tevoren een patriotsch verhandelaar, den emeritus-predi-
kant S t o 1 k wedervaren was i ) .
Mr. G. M e e s A z. heeft B i 1 d e r d ij k opnieuw beticht van
naar het martelaarschap gestreefd te hebben. Volgens hem „is het
niet te miskennen, dat B i l d e r d i j k martelaar werd van zijne
liefde voor den ouden regeeringsvorm ; een martelaar evenwel, als
de eerste Christenen, die den dood te gemoet snelden, om de eere-
kroon te ontvangen." Hij had lijdelijk kunnen gehoorzamen, maar
,,dat leed zijn gistend bloed, zijn afkeer van volkssouvereiniteit
niet". ,,Bijtend" was de inhoud van zijn request. Het daarop ge-
volgde bevel, onmiddellijk heen te gaan, is dan ook „niet overmatig
gestreng" te achten 2).
Een gansch andere voorstelling treffen we aan bij D a C o s t a .
W e laten terzijde het gedicht, ingegeven door de verontwaardiging,
gewekt door de lezing van een stuk, waarin B i 1 d e r d ij k ,,als
een zeer gevaarlijk sujet" het verblijf in de provincie Gelderland
ontzegd werd 3), en bepalen ons tot ,,De Mensch en de Dichter".
Hierin doet D a C o s t a uitkomen, dat zwijgen voor B i 1 d e r -
d ij k ,,een zedelijke niet alleen, maar ook, om dus te zeggen, schier
natuurlijke onmogelijkheid" zou zijn geweest.
Opgevorderd tot eenen eed van verzaking zijner heiligste overtuigingen
op verbeurte van den eenigen werkkring, waarin hij niet slechts met eere
zijn brood, maar de eenig hem bekende voldoening in het praktische leven
voor zijn behoefte aan rusteloozen arbeid vond, gevoelde hij zich in meer
dan ééne betrekking als uitgedaagd, gedrongen en gedwongen om te spreken.
Zoo gaf hij dan aan zijn gemoed en geweten lucht in dat voor de mannen
van het oogenblik zoo ergeriijke Adres aan de Provisioneele Regeering,
waarvan de indiening voor zijn volgend levenslot heeft beslist.
1) B i 1 d e r d ij k, Geschiedenis des Vaderlands, XII, p. 322 sqq.
^) Nieuwe Reeks der Werken van de Maatschappij van Nederlandsche
Letterkunde, VI (1850), p. 70—72.
' ) Kompleete Dichtwerken, 7de druk, II, p. 245—9, 326—7.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's