Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 200
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn 188
beschikt: zijn hègemonikon is ook met denk- en spraakvermogen
toegerust').
Wanneer de mensch volwassen wordt verkrijgt hij een aanra-
kingspunt met het wereldvuur, hij begint dan de wereldrede,
den wereldlogos, de kosmische orde, te doorzien. Dan blijkt het
volledige proces dezer orde in zichzelf gesloten: de constructieve
transformatie wordt nl. gevolgd door een destructieve. Z o o gaan
wanneer een ding ophoudt te bestaan z'n elementen in hoogere over;
wanneer een mensch sterft veranderen dus z'n elementen alle in
den individueelen logos spermatikos. 't Sterven van een mensch
is hier dus niet scheiding tusschen psyche en organisme, noch —
zooals later bij M a r c u s A u r e l i u s — tusschen het noëtische en
het overige ^); evenmin is 't een weggenomen worden uit den
kosmischen samenhang — als bij P a n a e t i u s —: het is transfor-
matie van 't lagere en meer uiterlijke in 't hoogere en innerlijke,
o.a. van 't organische in 't psychische ^). 't Laatstgenoemde blijft
daarna bestaan; soms houdt het zich afgezonderd, meestal echter
transformeert het zich gedeeltelijk opnieuw in andere elementen^).
Dat alles vindt plaats in ééne wereldperiode. Beëindigt een wereld-
brand zulk een tijdvak, dan vindt de destructieve transformatie
bij al het bestaande plaats, waarna de individueele psychische
levens opgaan in het wereldvuur, waardoor ook de divergentie
is opgeheven. Het inzicht nu, dat dit proces in zichzelf afgesloten
is, voert tot de conclusie dat alles geschiedt met pronoia '), het
voornaamste motief in de Stoische theodicee.
De overgang naar dit onderwerp is allerminst gezocht: ook de
theologie van Z e n o dient — evenals die van E p i c u r u s —
behandeld onder de phyisleer. W a n t het goddelijke behoort h. i.
tot den kosmos. Doch terwijl het bij E p i c u r u s iets individueels
is, evenals al 't andere ontstaan uit de verbinding van atomen, is
het goddelijke bij Z e n o het pneumatische in alles. En de wet van
dit pseudo-goddelijk leven is het ééne proces dat dit pneuma door-
1) S. V. F., I, 39, 21, 24.
^ E r n s t B e n z , Das Todesproblem in der stoischen Philosophie, Stuttgart,
W . Kohlhammer, 1929, pg. 45.
') B e n z , a. w., pg. 1 —12.
^) S. V . F., I, 40, 7.
5) S. V. F., I. 41, 24.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's