Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 242
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De structuur der rechtsbeginselen en de methode 230
deze tautologie, dat alle theoretisch denken aan de theoretische
waarheid gebonden is. O p dezelfde wijze kan men zeggen, dat alle
aesthetica is gebonden aan de gelding van aesthetische normen, alle
moraal aan de gelding van moreele normen, etc. etc.
Maar zoodra de bovengeformuleerde uitspraak i.z. de exacte
bewijsbaarheid der theoretische waarheid zich als een synthetisch
materieel oordeel aandient, en gelijk R i c k e r t krachtens de ge-
heele opzet van zijn werk bedoelt, dient om de onafhankelijkheid der
theoretische philosophie van de levens- en wereldbeschouwing te
fundeeren, is ze evident valsch. Het materieele waarheidsbegrip
is zoo weinig onafhankelijk van de levens- en wereldbeschouwing,
dat de geschiedenis van het wijsgeerig denken ons een ware staal-
kaart biedt van de meest uiteenloopende opvattingen inzake den
materieelen zin der waarheid, welke opvattingen haren samenhang
met de achterliggende wetsidee luce clarius bewijzen.
Ter illustratie vergelijke men het realistisch waarheidsbegrip van
A r i s t o t e l e s met het nominalistisch waarheidsbegrip van
H o b b e s, het transcendentaal-idealistisch waarheidsbegrip van
K a n t met het pragmatische waarheidsbegrip van een J a m e s of
P o i n c a r é, of het critisch-ontologisch waarheidsbegrip van een
Nicolal Hartmann.
Reeds Rickert's ,,idealistische" karakteriseering van de theoreti-
sche waarheid als een tijdloos geldende „waarde", die geheel on-
afhankelijk zoude zijn van de subjectiviteit, bevat de petitio principii
der humanistische waarde-philosophie, welker wetsidee in de rede-
souvereiniteit is gegrond.
De humanistisch gevatte „waarde" is niets dan een idealistische
hypostase, een verabsoluteering der normfuncties, die van haar
onlosmakelijk verband met de menschelijke subjectsfuncties, in den
zin van sujet, onderdaan, zijn geabstraheerd en als tijdlooze „ideeën"
nu de laatste grond voor alle op de subjectiviteit toegespitste norm-
gelding zouden zijn i ) .
In het idealistisch type der humanistische wetsidee, waarin deze
„waarden-philosophie" is gebaseerd, is in een apostatischen, op-
standigen zin positie gekozen tegenover de absolute religieuze
waarheid, waarvan de ,,theoretische waarheid" slechts een tijdelijke
1) Zie t.a.p. S. 136.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's