Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 276
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De structuur der rechtsbeginselen en de methode 264
gedachte wordt door mij nader uitgewerkt in mijn werk over „De
Bronnen van het stellig Recht in het licht der Wetsidee".
Een schijnbaar voor de hand hggend bezwaar tegen onze opvat-
ting van de verhouding van de rechtsbeginselen tot het stellig recht,
moeten wij tenslotte nog onder oogen zien.
Is eigenlijk deze beschouwing niet revolutionair, inzooverre ze
zich de vrijheid veroorlooft het wettenrecht in zijn gelding als
positief recht te toetsen aan ,,beginselen", die volstrekt niet door
ieder individueel worden aanvaard?
Wij kunnen dit bezwaar rustig tegemoet zien, daar het onze op-
vatting inderdaad niet treft.
De revolutionaire subjectiviteit der humanistische natuurrechts-
theorie lag hierin, dat zij de natuurrechtelijke beginselen, niet uit
den objectieven kosmischen zin-samenhang, (,,de natuur der zaak"
gelijk de Romeinsche juristen dien samenhang noemden) analyseer-
de, maar het natuurrecht met bewuste methodische afbraak van de
structuur van den rechtskring, uit hun subjectieve rede-ideeën „more
geometrico" wilden deduceeren.
Revolutionair is in wezen de positivistische, staatsabsolutistische
rechtsbeschouwing, wijl ze de goddelijke structuurordening van het
rechtsleven tracht terzij te stellen en in hare consequenties revolutio-
naire chaos voor ,,recht" moet uitgeven!
Het wezen der revolutionaire rechtsbeschouwing ligt in het afwer-
pen van de goddelijke ordinantiën voor het rechtsleven.
Onze opvatting daarentegen staat op de meest vaste basis, welke
een theorie bezitten kan, de kosmische structuur zelve, in haar ver-
ordening door Gods souvereinen Schepperswil.
Zij „construeert" niet naar willekeurige premissen, doch duidt
alle menschelijke rechtsvorming naar haren kosmisch-juridischen zin.
Geen enkele, ook niet de radicaal-Godloochenende rechtsvormer
kan zich aan de Goddelijke wetmatige zin-structuur van den rechts-
kring onttrekken, want waar hij de goddelijke ordinantiën voor de
rechtsvorming met voeten treedt, vormt hij geen recht, maar chaos
op een poor ieder kenbare en den rechtsvormer zelve overtuigende
wijze.
Niet de wetgever maakt subjectief uit, wat huwelijk, eigendom,
hypotheek etc. is, maar al deze instituten hebben een boven-subjec-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's