Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 154
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
SEW. «»??'<'S»>^«'«»
De Leerschool van Lucretia Wilhelmina 142
later, koel en hoog, wist af te weren, heeft B e t j e W o 1 f f onder-
vonden. Haar zelfstandigheid in kunstopvattingen handhaafde zij
ook in het voorbericht van haar David (1767): zij offert liever den
grootschen naam van heldendicht op, dan door het schroomachtig
navolgen van willekeurige kunstwetten eene gewijde historie ge-
weld aan te doen. Ook in haar dramatisch werk veroorloofde zij
zich soms eenige vrijheid. En is het niet opmerkelijk, dat wij haar
(met ééne, nog te bespreken, meer schijnbare dan wezenlijke uit-
zondering) nooit, ook in haar beroemdsten tijd niet, onder de leden
vinden van een dicht-genootschap of letterkundige maatschappij?
Een dichtvriendin van haar jeugd was S u z a n n a Maria
O o r t m a n ^ ) ; zij zal voor V a n M c r k e n ' s kunst van even
weinig beteekenis zijn geweest als die van haar ouderdom, M. L.
G r i e t h u i z e n-C a r e 1 i u s.'^) Maar V a n W i n t e r ? Dat van
beiden bijdragen voorkomen in den dichtbundel ter eere van de
80-jarige schilderes R a c h e l R u y s c h ^ ) (1750), zegt niets, zoo-
min als zijn bijschrift voor haar portret (1753) en haar lofdicht
op zijn Amstelstroom (1755) *) ; ze bevatten niets persoonlijks, en
bewijzen niets tegen V a n W i n t e r's eenvoudige mededeeling,
dat hij haar in 1758 het eerst zag: „vijf paar bange jaaren" vóór
1768."*) De vriendschap begon waarschijnlijk bij V a n W i n t e r ' s
lijdende vrouw.
W a t is de oorzaak, dat onze dichteres, die zoo forsch inzette in
1745, eerst na zeventien jaar, in 1762, met een nieuw werk ver-
scheen: Het Nut der Tegenspoeden ? Had men haar eersteling zoo
streng gelaakt — onderhands dan, want pamflet of spectators-vertoog
vindt men er niet over, en geregelde openbare litterair-aesthetische
critiek was er nog niet — en haar zoozeer van de noodzakelijkheid
van jaren lang zwijgen, schavend oefenen doordrongen? Het laatste
schijnt wat tegen haar aard en opvattingen; tegen het eerste moet
men inbrengen, dat Artemines in 1745 werd gespeeld, en in 1786
nog, onveranderd, zij het niet zonder verzoek om inschikkelijkheid,
1) Nuf d. T.. 161. Vgl. ook D e B o s c h, Dichtl. Verll. II, 179.
2) W. Gehxksb., 211.
3) Nut d. T., ITS; W. Geluksb.. 307.
4) W. Geluksb.. 319; Nut d. T., 285.
B) W. Geluksb., 144—145.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's