Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 204
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Het nominalisme: van Zeno den Stoïcijn 192
aandeel, en dapper alle geweldpleging aan goed en lijf doorstaat.
Derhalve is niets in staat z'n immers innerlijke —' en daarom,
hoewel door 't wereldproces geheel gedetermineerde, toch „vrije" •—
activiteit te storen — de apatheia, die S t i 1 p o reeds predikte —.
W a n t kan de wijze de situatie niet meer aan, wil men hem dwingen
iets te doen tegen het door hem aanvaarde ideaal, dan neemt hij
liever vrijwillig van dit leven afscheid, dan zich aan deze majes-
teitsschennis te onderwerpen. — In het sociale leven stelt hij maar
weinig belang: de „goede" zijn allen vrienden van elkaar:') ze
helpen elkaar hun innerlijke moreele doelstelling te bereiken. Ook
het staatsieven — bij de realisten nagenoeg hét — komt er in
praktijk en theorie slecht bij hem af: hij noch z'n naaste leerlingen
begaven zich in staatsdienst of bevalen dezen anderen aan, ^) —
gelijk P l a t o zoo herhaaldelijk deed, '— en wat de theorie betreft
droomt hij slechts als een echt kind van een door oorlogen ver-
teerde eeuw van één wereldrijk, dat immers de politische analogie
van 't ééne leven in den éénen kosmos zou zijn. ^)
9. Met het gebied der kentheorie betreden we een terrein vol
voetangels en klemmen. De opvatting als zou in de oude Stoa
C h r y s i p p u s hier alleen de man zijn, valt, gezien de fragmenten,
moeilijk te handhaven. Immiddels is ook volgens het getuigenis
der ouden wél de systematische uitwerking aan dezen auteur te
danken; derhalve mogen we bij Z e n o nog niet een gesloten
geheel verwachten. Bij deze moeilijkheid voegt zich nog die der
interpretatie van een enkelen term. Willen we die vinden, dan
hebben we eerst te letten op de portee van heel dit onderdeel
van het systeem.
Realisten en nominalisten onder de Grieksche kentheoretici is
gemeen de beperking van de belangstelling tot de kennis omtrent
het beneden-analytische. Typisch voor de realisten is de over-
schatting van de wetenschap en de eenzijdige instelHng van deze
op den plastischen buitenkant der dingen, wat vanzelf meebrengt
dat ze scherp voorstelling en waarneming onderscheiden. Binnen
hun kring was er dan nog weer verschil over 't karakter der
wetenschap : volgens P l a t o was deze beperkt tot de wetenschap-
') S. V. F., I, 54, 8.
2) S. V . F . , I, 11, 28 en 62, 25: III, 174, 34.
3) S. V. F.. I, 61, I.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's