Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 266
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e structuur der rechtsbeginselen en de methode 254
Deze generale zin-structuur differentieert zich eindeloos naar de
zin-individualiteit der rechtsstructuren. Het huwelijk als rechts-
instituut bevat juridische zin-individualiteit, evenzeer als de hypo-
theek, de eigendom, de staat, etc. etc.
Deze functioneele zin-individualiteit bezit als zin-individualiteit
in de normatieve wetskringen een typisch individueel zin-sub straat,
waardoor zij kosmologisch gefundeerd is.
Zoo heeft het huwelijk qua rechtsinstituut zijn typisch zin-
k. aestheiische analogie: de vergeldingsnorm vereffent het onrecht in de
harmonie des rechts (verabsoluteering dezer aesthetische zin-analogie bij de zgn.
aestheiische straf rechtstheorieën!)
B. Z i n - a n a l o g i e ë n n a a r d e s u b j e c t s z i j d e :
a. getalsanalogie: het rechtssubject staat in een veelheid van rechtdetrek-
kingen.
b. Tuimte'analogie: de rechtssubjectiviteit heeft een bepaald geldingsgebied.
c. bewegings-analogie: de rechtssubjectiviteit actuéiliseert zich in rechtsge-
dragingen (bij handelings-onbevoegden door een vertegenwoordiger of orgaan),
die jaridisch-causaal in het rechtsleven ingrijpen: de juridisch-normatieve zin
dezer causaliteit blijkt primair uit de causa omissionis.
d. biotische analogie: de rechtssubjectiviteit cischt een levenden drager of
orgaan.
e. psychische analogie: het rechtssubject is in zijn juridischen wil (op het
zinsubstraat der normale gevoelige bewustzijnsfunctie) toerekeningspunt zijner
rechtsgedragingen.
f. logische analogie: het rechtssubject is redelijk subject van normatieve
toerekening: zijn wil kan niet in logische tegenspraak met zich zelve zijn.
g. historische analogie: de positieve zin der subjectieve rechtsgedraging rust
op het generaal zin-substraat der historische ontwikkeling.
h. taaUanalogie: de subjectieve juridische wil eischt symbolische uitdrukking,
die een zekere rechtsbeteekenis heeft, welke door interpretatie moet worden vast-
gesteld.
i. sociale analogie: het rechtssubject is maatschaps- of verbandssubject op
het sociale zin-substraat van omgang en verkeer.
ƒ. economische analogie: de subjectieve rechtsbetrekking heeft een rechtsgoed
op het sistraat van economische waardefuncties tot rechtsobject, dat naar ver-
geldingsmaatstaf wordt gewaardeerd.
k. aesthetische analogie: de subjectieve rechtsverhoudingen zijn slechts be-
staanbaar bij vereffening van subjectief onrecht in de harmonie des rechts (op het
zin-substraat van de aesthetische zinfunctie der 9a^acg, welke de aesthetische
dissonanten in schoone harmonie oplost!).
Algemeene opmerking: Geen der analogische zifl-elemeoten kan in zijn zia
geïsoleerd worden gevat. Zijn Zin ligt in de totale generale zin-structuur van den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's