Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 210
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
Het nominalisme van Zeno den Stoïcijn 198
gestemde elementaire voorstellingen die voor katalèpsis in aanmerking
komen? Men weet, dat lateren de negatieve respectievelijk posi
tieve beantwoording van deze vraag afhankelijk achtten van het
al of niet aanwezig zijn van eenig beletsel (evotrj^a) in een
elementaire voorstelling voor verbinding met andere ^). Het schijnt
echter, dat eerst de cïitiek der sceptici de aandacht der Stoa
op deze bezwaren vestigde: in de fragmenten van Z e n o vindt
men althans van die beletselentheorie nog niets.
Overziet men deze leer omtrent het begrip, dan blijkt ze ook
in een ander opzicht niet af. De onderscheiding van goed en
kwaad (in casu 1 e van waar en valsch, 2e — binnen het ware —
van ziek en gezond) speelt in haar immers via de ziekteleer wel
een voorname rol; de kentheorie van Z e n o echter mist, voorzoover
ons bekend, wellicht een met deze onderscheiding correlaat deel:
misschien^) heeft eerst C h r y s i p p u s voor de kennis van goed
en kwaad een eigen ontstaanswijze gepostuleerd^).
Daarentegen mag aan Z e n o een andere eer niet onthou
den: hij was, voorzoover ons bekend, de eerste, die de begrips
theorie der waarneming uitwerkte voor die richting binnen het
nominalisme, die zich als conceptaalistische scherp afteekent tegen
over haar perceptualistische tegenstandster. Het karakteristieke van
eerstgenoemde school is dat ze hare onderscheiding van twee
uit van het dilemma „actief of passief?" zonder nader praeciseering. Zie U e b e r
w e g — P r a e c h t e r ' ^ . I, 1926, pg. 4 1 6 ^ 4 1 7 . De voorstanders van de actieve
opvatting vertalen „katalèptikè" door „pakkend". Zij denken soms — zoo ook
P r a e c h t e r — niet alleen aan de intraindividueele verhouding van elementaire
voorstelling en begrip, maar ook nog aan die van elementaire voorstelling en
buitenwereld. Dit is in ieder geval overbodig ; laatstgenoemd verband bestaat inder
daad, doch niet alleen hier: het komt ook voor bij zulke voorstellingselementen
die alleen voor toestemming en niet voor begrijpen in aanmerking komen, m.a.w.
bij alle ware voorstellingselementen. En al is dit verband bij de phantasia katalèptikè
ongetwijfeld anders dan bij de overige ware voorstellingselementen (S. V . F., I,
17, 27, 18, i) in 't woord „katalèptikè" ligt noch dit verband noch dit verschil
uitgedrukt.
') S e x t u s E m p i r i c u s , adv.'math. VII,i253, aangehaald bij P r a e c h t e r , t.a.p..
2) 'k Moet hier nl. wegens tijdgebrek onbeslist laten de vraag of het éfupvirat
, . . ipavraauav in I, 40. 37 op deze kennis ziet. In ieder geval vertale men iiicpvixac
door ..ingezaaid" en niet door ..ingeboren" — vgl. het verschil tusschen cognitie
insita en innata.
') S. V . F., III, 17, 14 in verband met 17,29. Z i e o o k S a n d b a c h , a. a r t , pg. 49.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's