Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 128
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De eenheid der syntaxis 116
onze talen ! Immers deze zelfde zaken worden in andere talen niet
als substantieven, maar als gebeurtenissen geteekend. Met welk recht
zullen wij zeggen, dat onze talen wel, die andere echter niet den
zakelijken bouw van die voorwerpen nateekencn ? Wij zouden daar-
mee komen te loochenen, dat die andere talen hetzelfde bedoelen,
wanneer onze substantieven met hun werkwoorden equivalent
blijken. W e l is dat ééne zelfde, wat de beide groepen zoo onder-
scheiden uitdrukken, iets bekends (vogel, mensch), maar niet iets
gegevens in een zakelijke structuur, los van de verscheiden uitdruk-
kingen daarvoor in de eene en de andere taalgroep. Dit zakelijke
ééne is in het geheel niet anders gegeven dan als dat, waarin de
equivalentie van deze (voor het overige zoo welonderscheiden) uit'
drukkingsvormen bestaat. En deze equivalentie wijst niet zoozeer
naar het zakelijke zelf dan wel daarheen, dat, wat in een begrensde
taalgroep, de Europeesche, als naamwoord en werkwoord ten uiter-
ste onderscheiden is, dit onderscheid opgeeft, wanneer het met
een andere taalgroep, de Amerikaansche, geconfronteerd wordt.
Zoomin de begrensde Europeesche groep op zichzelf bestaat, zoo-
zeer is, vanuit die groep op zichzelf gezien, het onderscheid daarbin-
nen van naamwoordelijke en werkwoordelijke bestanddeelen wezen-
lijk. W a t echter binnen grenzen een wezenlijk onderscheid is, dat
maakt als onderscheid voor eenheid plaats, zoodra het begrensde,
waarvan het afhangt, blijkt zelf zijn wezenlijkheid niet in zichzelf te
hebben. De vergelijking met de Amerikaansche groep verleent aan de
Europeesche taalgroep een nieuwe bepaaldheid, waardoor een onder-
scheid, dat deze groep in zichzelf kent, zoolang zij op zichzelf staat,
naar buiten toe verspringt, wanneer zij met een soortverwantc in
verband treedt. En zoo gaat het bij bovengenoemde vergelijking :
het totdusver volgehouden onderscheid tusschen naamwoordelijke
en werkwoordelijke bestanddeelen gaat teloor in omvattender ver-
band, dat deze bestanddeelen tot elkanders equivalenten maakt.
Uit geen empirische vergelijking resulteert een equivalentie, die
niet reeds van te voren denkbaar geweest zou zijn. Slechts schijnt
de gedachte zich moeilijk los te maken van het werkelijke en be-
grensde, om uit eigen vermogen dit als gekozen mogelijkheid eener
wetmatige menigvuldigheid te verstaan. Zoo heeft de empirische
taalvergelijking eerst den stoot gegeven tot relativeerende inzichten,
die, achteraf bezien, niets anders doen dan begrensde gegevens
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's