Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 25
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
13 „Dewelke de Kerk wel lezen kan"
Wij mogen niet al te uitvoerig worden ') en vermelden daarom
alleen nog het getuigenis van de Synopsis purioris Theologiae, III,
XXXVII (ed. B a v i n c k , bl. 26); Sed nos omnia eodem ordine,
quoad auctoritatem, habemus, ideoque neque cum Sacris miscenda,
nee publice tamquam divina in Ecclesia legenda esse (!), asserimus,
Laod. Syn. c. 59, quamvis, ut utilia, privatim haberi et legi posse
non difBteamur. Dat is bijna het omgekeerde, van wat er in de
Belijdenis staat ^).
Wij zien thans duidelijk, wat er is geschied. En in Engeland èn
in ons land is onder den invloed van den strijd tegen de Room
schen ^) en de Remonstranten het oordeel over de apocryphen
ongunstiger geworden. Dat nochtans de Dordtsche vaderen geen
bezwaar hadden tegen de uitdrukking in Art. 6 der Confessie, is
daaruit te verklaren, dat men de bewuste woorden niet nam in
hun historische beteekenis, maar ze zóó opvatte, dat ze veroor
loofden thuis de apocryphen te lezen, om daaraan nuttige wenken
te ontkenen, mits die niet in strijd waren met den inhoud der
canonieke boeken. O f om nog eenmaal de Statenvertalers te laten
spreken: Ende dese worden genaemt A p o c r y p h e B o e c k e n ,
dat is, Verborgene: ofte, om dat'se niet opentlick in de Ghe
meynte en behooren ghelesen, maer veeleer verborghen te
worden: ofte, om datse niet en zijn ghcweest in de casse, daer
in de Goddelicke Boecken van de loden bcwaert ende verborgen
wierden.
Z o o moet de slotsom, waartoe wij komen een dubbele zijn t
1. Historisch bezien beteekenen de woorden: dewelke de Kerk
wel lezen kan, dat de boeken, waarvan dit gezegd wordt, even
') De kwestie van de apocryphen als zoodanig Is natuurlijk met deze enkele
opmerkingen niet behandeld. W e gaan hier niet verder, dan hetgeen dienstig Is
om de besproken uitdrukking in de belijdenis te verklaren.
') In de Grieksche vertaling der Belijdenis, welke J a c . R e v i u s maakte en die
te vinden is in de zeer zeldzame, mij door Prof. Dr H. H. K u y p e r welwillend
ter leen gegeven, uitgave van Belijdenisschriften, Liturgie en Kerkenorde in het
Grieksch en Latijn, door F r e d . S y l b u r g i u s en J a c . R e v i u s , verschenen te
Harderwijk, staat xal xarrai T«S fie^Xovg ïi^ijxt /liv rji iii-xX^aCa avayivaia-xccv.
Dit kan niet een vertaling zijn, waarbij het oudHollandsche „mach" in de moderne
beteekenis is genomen, want het Latijn heeft legere pot est . R e v i u s staat blijkbaar
ten opzichte van de apocryphen op hetzelfde standpunt als de Statenvertalers.
3) Dat blijkt ook uit het besluit der Dordtsche Synode, K a a j a n , bl. 104.
,:isgmm
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's