Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 173
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
161 De Leerschool van Lucretia Wilhelmina
zij is „Godgewijde Deugd", en schijnt beurtelings synoniem met
gerechtigheid^), vroomheid^), naastenliefde*); zij is de vrucht
van Geloof*). Een vast oordeel in elk bijzonder geval is zoo moei-
lijk, omdat de toch al veelgeschakeerde beteekenissen van dergelijke
abstracte woorden geleidelijk verschuiven, zonder dat de volgende
phase de vorige dadelijk of ooit verdringt. Worden ze mode-leus,
dan maakt het zeer groot onderscheid, of men met welbewust of
ondoordacht gebruik heeft te doen. Over woorden als deugd, god'
vrucht, geloovig, vroom, zou een belangwekkende semasiologische
studie zijn te schrijven, met een rijk materiaal uit de eeuwen na
de reformatie. Maar, hoezeer dan „de Deugd" bij L u c r e t i a
W i 1 h e 1 m i n a nog méér was dan de som der christelijke en
maatschappelijke deugden, waarin het begrip later uiteenviel, het
is toch ook bij haar een zwak, waaraan althans een kleine trek
van optimistisch rationalisme niet vreemd moet heeten. Er is toch
iets van een compromis, een begin van tweeslachtigheid, dat de
waardeering ook belemmert. En dit meer in Het Nut der Tegen-
spoeden dan in de andere besproken, kleinere gedichten, die in den
bundel volgen. W a n t die zijn meest lyriek, waarin de gevoels-
uitstorting overheerscht, terwijl het leerdicht uiteraard een sterk
redeneerend element bevat. Ons gevoel zoekt, en vindt ook, aan-
sluiting; ons verstand rekent na, en stuit op onregelmatigheden en
tekorten. Doorgaans is het andersom bij de didactiek, die, in spijt
van de eindelooze lijsten van B l a n k e n b u r g * ) , weinig oplevert
van hoog gehalte: zoo moeilijk is het genre, dat evenwichtig samen-
gaan eischt van wetenschap en kunst. De deskundige uiteenzetting
zal meestal geen genoegzame ruimte laten aan gevoel en verbeel-
ding; maar de verstandige L u c r e t i a W i 1 h e 1 m i n a was nog
te zeer vrouw om niet veeleer te zondigen tegen de eischen van
het goed geordende, logisch sluitende betoog. De vleugjes ,,rede"
en „wijsbegeerte" konden haar slechts verder van den weg brengen.
V a n M e r k e n ' s lyriek is beter en staat ons nader dan haar leer-
dicht, waarin de meest lyrische gedeelten ons weer het meest voldoen.
^) Zie z.w. 280: „de onbevlekte Deugd" is alleen in den hemel. Ook 45.
2) z.w. 32.
^) Z.w. Opdracht.
*) Z.w. 19. Vgl. nog boven blz. 17 en 29 van dit opstel.
B) S u l z e r , Theorie d. sch. Künste (uitgave 1792 vlgg.), II, 176—221.
W. B. 11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's