Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 108
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De eenheid der syntaxis 96
hangende is, toch bereikt reeds binnen die taal de regel zijn grens.
Reeds L o b e c k noemt in zijn Pathologiae sermonis graeci prolego-
mena (1843) als ,,mire et insolenter conformatum": èvdQonoQq)VQevs
= dvrjQ noQcpvqjsvg en dvÓQOxoyxvXevT'^g (Hesych). Het eerste zou
volgens den regel moeten beteekenen dvdgcöv noQcpvQévg, het
beteekent evenwel: Fischermann (vgl. Bauersmann, Leyermann).
In het latere Grieksch nemen deze voorbeelden toe en ook
hier blijkt, dat het bestendige in het semantisch verband der
bestanddeelen niet ligt in de taal zelf, maar begrensd wordt
door andere mogelijkheden, die achtereenvolgens door een taal of
gelijktijdig door meerdere talen verwerkelijkt kunnen worden. Dat
de regel voor de verhouding der samenstellende deelen kan omslaan
in zijn omkeering, is, onafhankelijk van het voorkomen van zulk
een omslaan, verstaanbaar vanuit de noodzakelijkheid, waarin de
samenstelling haar bestanddeelen klemt: deze moéten op elkander
volgen en voorafgaan. Met het verbinden van twee tot één in de
taal is de keus tusschen de verbindingen ab en ba gegeven en alleen
deze keus. Elke vaste beslissing, die tusschen voorafgaand en vol-
gend bestanddeel een algemeene verhouding opstelt, kiest daarmee
voor een mogelijkheid, die voor later de keus van haar tegendeel
openlaat. Als volgorde heeft de verbinding ab niets dwingends,
waardoor dit verband steeds als a van b omschreven zou moeten
worden; de omschrijving b van a is even mogelijk. De cenige voor-
keur voor een van beide omschrijvingen ligt in de beteekenis, waar -
toe de eenheid van twee, in samenstellingen verbonden, zich het eerst
leent. En deze kan zich tot beide opvattingen leenen, hetgeen de
onafhankelijkheid der interpretatie van eenige volgorde der bestand-
deelen bevestigt. Heeft een taal eenmaal gekozen voor a = a
van b, dan is in die taal voortaan ab steeds = a van b: een geval
waarin een ab = b van a moét beteekenen volgens de opvatting,
waartoe de eenheid van het verbondene zich uitsluitend leent,
stuit op de weerstanden van onjuistverklaring of onbegrijpelijkheid.
Maar deze weerstanden zelf zijn, voor zoover volgehouden, even
begrensd als de keus, waaraan de taal zich heeft vastgelegd, zonder
dat iets tegen de tegenovergestelde keus spreekt. Tevens ligt in
die weerstanden zekere vrijheid tegenover de door de taal gedane
keus, daar de weerstand tegen de omkeering het goed begrip van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's