Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 238
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e structuur der rechtsbeginselen en de methode 226
positieve recht ons slechts gegeven is in d en samenhang van d en
kosmos en d at zijn zin slechts in d ien samenhang valt te verstaan,
dat het vatten van d ien zin afhankelijk moet zijn van d en kijk, d ien
men op d ien samenhang heeft.
Is het recht „wil van d en Staat" of „wil van d en wetgever", wat
is d an d ie mysterieuze „wil van d en statelijken wetgever"? Iets bui
tenrechtelijks, een psychische streving of voorstelling b.v.? Dan
moet d ie wil ook psychologisch word en ged uid en is d e rechtswe
tenschap bij d e psychologie ingelijfd . Of een systeem van logische
subsumtieoordeelen ? Dan moet het positieve recht als een logisch
begrippensysteem word en ged uid , waarin het bijzond ere uit het
algemeene valt te d ed uceeren met d e hulpmid d elen d er Aristoteli
sche subsumtielogica.
Of wellicht een sociale of historische functie? Dan moeten socio
logie en historiewetenschap d en zin van d en Staatswil d uid en.
In elk geval heeft het naïef positivisme, d oor het recht als prod uct
van een buitenrechtelijken staatswil te vatten, reed s ongewild posi
tie gekozen in een vraag van levens en wereld beschouwing, nl.
tegenover d en zin van het recht in d en levens en wereld samenhang.
Zijn naturalistische instelling, d ie zich in alle grond vragen van
het rechtswetenschappelijk d enken d oet gevoelen, is slechts ge
maskeerd d oor zijn antiwijsgeerige allure.
Het „cntisch" Het mod erne zgn. critisch positivisme uit d e school van K e 1 s e n
openlijke^breuk t^^^^^t ond anks zijn scherpe afwijzing van alle natuurrechtelijke ge
met het neutra- zichtspunten uit het d omein d er rechtswetenschap, het verband
' ^' *'^^ " ^ tusschen zijn formalistische, normlogische method iek en een bepaald
type d er humanistische levens en wereld beschouwing niet langer
te bemantelen. Het komt er openlijk voor uit, d at d e grond slag van
heel d e normlogische method iek; d e isoleerend e scheid ing van d e
gebieden van het ,.natuurzijn" en het „zoo behooren", een onbewijs
baar postulaat is d er id ealistische levens en wereld beschouwing i ) .
Dat is wijsgeerig beschouwd reed s een niet geringe vooruitgang.
^) Zie K e l s e n , Haupiprobleme der Staatsrechtslehre, Wovrede zur Ier Auf^.
S, V : „Zur Method e selbst moge cin d ieser Stelle nur mein Ausgangspunkt
hervorgehoben werd en, von d em aus ich an die Lösung d er mir gestellten Aufgabe
herangetreten bin. Dazu ist hier d eshalb d er geeignete Ort, weil es sich d abei
um piiinzipielle, letzten End es in d er Weltanschauung wurzelnd e, d aher subjektlve
imd und iskutierbare Voraussetzungen hand elt."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's