Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 248

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 248

Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)

2 minuten leestijd

De structuur der rechtsbeginselen en de methode 236

strekte handhaving der souvereiniteit in eigen kring, den kosmischen

zin-samenhang des rechts met het organisme der wetskringen in het

wetenschappelijk denken vasthoudt.

Het recht wordt zoo gezien als een in de goddelijke souvereiniteit

verankerden wetskring, gequalificeerd door een souvereinen zin, en

met een eigen wets- en subjectszijde.

De wetszijdc des rechts vertoont de typische normstructuur. Alle

norm-kringen zijn kosmisch gefundeerd door de logos als wetskring

van het reflexief-analytisch denken.

In onderscheiding van de wetten der vóór-logische kringen zijn

ons alle zin-functioneele normen slechts in den vorm van goddelijke

beginselen gegeven.

Het positiviteits- Deze beginselen moeten door menschelijke subjectiviteit worden

zin^frurt/ur der O^vormd of gepositiveetd tot concrete normen.

riB'historische Bedoelde vorming of positiveering is kosmisch gefundeerd door

normknngen. j ^ j ^ historischen Wetskring, die in de kosmische orde onmiddellijk

op den logischen kring volgt i ) . De positiviteit is een analogisch zin-

element in alle na-historische normkringen, dat terugwijst naar de

historische zin-structuur der beschavingsontwikkeling. Reeds de

generale zin-structuur van alle na-historische wetskringen bevat dus

het positiviteits-element.

Daarmede valt de humanistische onderscheiding tusschen „abso-

lute" en „empirische" of „toevalhge" normen2). De normen, welke

men tot de absolute rekent, te weten die van de logos, de aestheti-

sche en de morecle normen, zijn evenmin absoluut in den zin van

buiten den kosmischen, tijdelijken samenhang staande, als de normen

van omgang en verkeer, de economische, de taal- en de rechts-

normen.

Aan iedere zin'functioneele na-logische norm is het positiviteits-

element inhaerent, maar de menschelijke positiveering is nimmer een

willekeurig scheppen, maar een vorming van goddelijke beginselen.

De vraag is nu, of in de na-historische wetskringen, waartoe ook de

1) Dit ds kosmologisch aan te toonen in de aanwezigheid van de historische

analogie in de zinstractuur van alle overige na-logisohe nonnenkringen. Dit

kosmologisch bewijs moet ik voorbehouden aan mijn werk De Philosophic der

Wetsidee.

2 ) Zie bv. F e 11X S o m 1 o Jaristische Grundlehre S. 59 jo. W i n d e 1 b a n d

Praladien (3e Aufl. S. 292/3).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 248

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's