Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 160
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e Leerschool van Luccetia Wilhetmina 148
(1748), een, ten onrechte geheel vergeten, omvangrijke Ode^) in
den van V o n d e l tot B i 1 d e r d ij k bekenden trant. Met groote
schreden loopt zij de wordingsgeschiedenis dier vrijheid door:
Filips, Granvelle, Alva, inquisitie en Bloedraad, maar ook Brede-
rode met de edelen, Willem de Zwijger en zijn broeders, Lumey,
Maurits, Frederik Hendrik. Enkele strophen herdenken daarop
nog Willem III en Friso; dan komt de plotselinge wending naar het
droevig heden: „Maar hoe, gij schreit! Gij toont mij uw gesloopte
wallen".. . Schep moed. God zal voor U strijden. Hij schonk U
een held, Friso . . . Hij doe hem triomfeeren. En blijve de dierbare
Vrijheid in ons land onbelemmerd bloeien tot het einde der
dagen! — De geestdrift voor Nederland en Oranje is in dit tweede
vaderlandsche gedicht even sterk als in het eerste, maar het eischt
niet meer onstuimig wonderen van den nieuwen stadhouder. — Den
vrede van „'t vrije Vaderland, schoon bij gesloopte muuren", be-
groette zij verheugd in het gedicht aan V a n C i t t e r s ^ ) : „Uw
Kerk, Uw Burgerstaat bleef dus van kluisters vrij." Ook hier spreekt
haar ijver voor Nederlands historie en toekomst. W a a r alles van
zal afhangen, dat is de godsvrucht; zelfs met den wijzen C i 11 e r s
zal het heil niet wijken, als zijn opvolgers maar in dat zijn voet-
spoor wandelen (1749) .^) —
Godsvrucht ook in het persoonlijk leven, die eisch heeft klem bij
haar. B o d d a e r t benijdt zij met eerbied om zijn ijver voor Gods
eer, en de vastheid van zijn betrouwen op des Heilands zoen-
bloed.*) Haar ernst houdt jonggehuwden in den feestzang het
ideaal der reine liefde voor, vrij van de slavernij van duizend
driften, die het leven van tallooze echtehngen thans verderft.^)
Hier is reeds de gezindheid, die haar later (1765) haar hekeldicht
Amsterdam deed schrijven): de oude eenvoud, zedigheid, eerlijk-
heid, godvrucht wijkt gedurig meer voor weelde, dartelheid, hoog-
moed, verkwisting, huichelarij, ongeloof — een broeinest van
gebreken. De vreemde loert al op ons erfdeel. Alleen terugkeer
1) Nat d. T.. 168—185: 35 tienregelige strophen.
2) Zie boven, blz. 7 van dit opstel.
») Nut d. T., 192—198.
4) Z.w. 215 (1749).
5) Z.w. 245 (1750).
0) W. Geluksb.. 108—121.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's