Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 166
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
D e Leerschool van Lucretia Wilhelmina 154
En op haar 30sten verjaardag (1748) sprak hij reeds van „'t kruis-
pad van (haar) lijdend leven". Nog pas had hij moeten vreezen,
haar te verliezen, maar zij is op zijn bede aan het graf ontrukt:
„God geeft thans kalmte in leed en pijn." „Ziekte en smart" bleef
evenwel haar deel twintig jaren achtereen: „een nare droom van
folterende kwalen — Verteerde en sloopte allengs haar teer ge-
stel." Ook zij leed met geduld, „door Wijsbegeerte en Godsdienst
onderschraagd", meer zorgend voor haar man en haar eenig kind
dan voor zich zelf, maar altijd aan haar huis gebonden.^) Haar
laatste tien levensjaren genoot zij den troostrijken omgang met
L u c r e t i a . In 1758 hadden zij elkaar gevonden in haar weder-
zijdsche ellenden, en terstond hartelijke vriendschap gesloten, her-
innert V a n W i n t e r in 1768 aan L u c r e t i a in zijn aanzoek-
gedicht. ^) De Toeeigening van L u c r e t i a's leerdicht (1761) aan
J o h a n n a legt van de verhoudingen en toestanden eenzelfde ge-
tuigenis af. Zij zochten en vonden bij elkander bemoediging in het
lijden. Sinds het verlies van alle magen ziet L u c r e t i a heel Ket
lijdende menschdom als maagschap aan, zij wil allen het Nut der
Tegenspoeden voorhouden; ook J o h a n n a moge in het boek
soms den troost weervinden, waarmede zij de dichteres vaak heeft
gesteund.
Naklanken van de lijdensperiode 1753—1759 vernemen we in
1760 in het dankdicht aan H a s s e l a a r en het troostvers aan de
weduwe L e u v e n i g-D e C l e r c q ^): ,,Wie zelve eens leed, weet
best, wat lijden zij." Ook in het jaardicht van 1760 voor mevrouw
V a n W i n t e r ^ ) : ,,Nog gaapt de wonde" van bijna een jaar
geleden. „Toen kwam uw liefde, uw vriendschap mij te s t a d e . . .
Gij troostte mij door 's Oppersten genade". Moge zij nog bevrijd
worden van al de smart, die thans haar kracht verteert. Of anders,
„God sterke uw ziel in 't strijden."
L u c r e t i a wil thans, na het uitwoeden van deze levensrampen
en „hartstochtstormen" in rust en stilheid, onberoerd van liefde,
haat, afgunst, van eer- of goudzucht, vrij en blij en onbevreesd
1) Z.w. 148, 149 (1768, na haar dood). En 330—331 (1759, aan zijn H-j. zoon).
^) Z.w. 145—6. Vgl. boven blz. 14 van dit opstel.
^) Zie boven blz. 6 en 9 van dit opstel.
4) W. Getttksb., 92. De dateering 1761 moet onjuist zijn, anders klopt de
tweede strophe niet met Nuf d. T., 331.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's