Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 29

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 29

Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)

2 minuten leestijd

CYRUS IN JESAJA 40^66

G. CH. A A L D E R S

Onder de argumenten, die de meeste geleerden er toe hebben

gebracht de hoofdstukken 40—66 van het boek Jesaja aan den

profeet van dien naam te ontzeggen en in geen geval vroeger te

dateeren dan de tweede helft der Babylonische ballingschap,

neemt dit wel de voornaamste plaats in, dat in deze hoofdstukken

van den jeugdigen Perzischen koning Cyrus wordt gesproken

niet als een toekomstige verschijning maar als een historische

figuur die reeds is opgetreden en reeds door zijn roemruchtige

veldtochten van zich heeft doen spreken.

Dat we hierin het beslissende argument zouden hebben te zien,

moet in ieder geval betwist worden. In het tweede gedeelte van

Jesaja treffen we voortdurend het verschijnsel aan, dat wordt

uitgegaan van de verwoesting van stad en tempel en van de

ballmgschap als bestaande feiten. En nu één van tweeën: óf

reeds dit moet op zichzelf beslissend geacht worden, en dan doet

het weinig ter zake of bovendien ook van Cyrus wordt gesproken

als een reeds bestaand persoon; óf dit is niet beslissend, wijl

rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de

profeet in den geest werd verplaatst in den tijd en in de omstan-

digheden der ballingschap; maar indien dit het geval kan zijn, is

er niet het minste bezwaar tegen de veronderstelling, dat de

tijd waarin hij verplaatst werd meer in het bizonder was de

tijd waarin Cyrus reeds was verschenen op het wereldtooneel, en

zijn eerste overwinningen had behaald, maar nog niet tot de ver-

overing van Babel gekomen w a s ' ) .

Toch is het niet van belang ontbloot de plaatsen waarin van

Cyrus wordt gehandeld aan een nauwgezet onderzoek te onder-

werpen, ten einde na te gaan of wel terecht wordt gezegd dat

hij daarin als een reeds bestaand persoon geteekend wordt.

Grondslag van iedere verdere redeneering toch moet altijd zijn:

') Vgl. ook Ridderbos, De profeet Jesaja, Tweede deel, Kampen 1926, bldz. XIX.

W.B. 2

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's

Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 29

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930

Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's