Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 29
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
CYRUS IN JESAJA 40^66
G. CH. A A L D E R S
Onder de argumenten, die de meeste geleerden er toe hebben
gebracht de hoofdstukken 40—66 van het boek Jesaja aan den
profeet van dien naam te ontzeggen en in geen geval vroeger te
dateeren dan de tweede helft der Babylonische ballingschap,
neemt dit wel de voornaamste plaats in, dat in deze hoofdstukken
van den jeugdigen Perzischen koning Cyrus wordt gesproken
niet als een toekomstige verschijning maar als een historische
figuur die reeds is opgetreden en reeds door zijn roemruchtige
veldtochten van zich heeft doen spreken.
Dat we hierin het beslissende argument zouden hebben te zien,
moet in ieder geval betwist worden. In het tweede gedeelte van
Jesaja treffen we voortdurend het verschijnsel aan, dat wordt
uitgegaan van de verwoesting van stad en tempel en van de
ballmgschap als bestaande feiten. En nu één van tweeën: óf
reeds dit moet op zichzelf beslissend geacht worden, en dan doet
het weinig ter zake of bovendien ook van Cyrus wordt gesproken
als een reeds bestaand persoon; óf dit is niet beslissend, wijl
rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de
profeet in den geest werd verplaatst in den tijd en in de omstan-
digheden der ballingschap; maar indien dit het geval kan zijn, is
er niet het minste bezwaar tegen de veronderstelling, dat de
tijd waarin hij verplaatst werd meer in het bizonder was de
tijd waarin Cyrus reeds was verschenen op het wereldtooneel, en
zijn eerste overwinningen had behaald, maar nog niet tot de ver-
overing van Babel gekomen w a s ' ) .
Toch is het niet van belang ontbloot de plaatsen waarin van
Cyrus wordt gehandeld aan een nauwgezet onderzoek te onder-
werpen, ten einde na te gaan of wel terecht wordt gezegd dat
hij daarin als een reeds bestaand persoon geteekend wordt.
Grondslag van iedere verdere redeneering toch moet altijd zijn:
') Vgl. ook Ridderbos, De profeet Jesaja, Tweede deel, Kampen 1926, bldz. XIX.
W.B. 2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's