Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 241
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
229 der rechtswetenschap in het licht der Wetsidee
De leer der wetsidee is op zich zelf de weerlegging van iedere
zich voor-oordeelsloos wanende wetenschappelijke theorie.
De petitio principii van het neutraliteitspostulaat is ook in een der
meest scherpzinnige wijsgeerige pleidooien, die in den jongsten tijd
voor de noodwendigheid van een onbevooroordeelde theorie gele-
verd zijn, nl. dat van H e i n r i c h R i c k e r t , met handen te
grijpen!
Volgens dezen wijsgeer moet de wijsbegeerte als theoretische
„Weltanschauungslehre" zich zelve van ieder verband met een
levens- en wereldbeschouwing vrij houden, om ter verschaffing van
wetenschappelijke klaarheid oyer de verschillende levens- en wereld-
beschouwingen zich alleen te richten naar de theoretische waar-
heidswaarde, die op straffe van een alle kennis ontbindend scepti-
cisme in haar gelding door niemand kan worden ontkend.
Intusschen is die theoretische waarde geenszins de eenige in het
„rijk der waarden". Naast haar hebben de andere waarden: de
zedelijke, aesthetische, religieuze, enz. gelijke gelding, al zijn ze niet
theoretisch bewijsbaar. De theoretische philosophic moet onbevoor-
oordeeld de mogelijke groepeeringen dezer waarden, die ieder een
eigen type van levens- en wereldbeschouwing vertegenwoordigen,
theoretisch onderzoeken, zonder zelf een keuze te doen. De keuze
blijft aan de autonome persoonlijkheid, die zich door het theoretisch
denken niet kan laten voorschrijven, welke levens- en wereldbe-
schouwing ze heeft te aanvaarden i ) .
De valstrik in dit betoog schuilt in het ansich stellen van de
theoretische waarheid. Alsof die theoretische waarheid niet gebon-
den ware in den organischen samenhang van onzen tijdelijken kos-
mos, en de materieele zin, dien men aan die waarheid toekent, niet
geheel afhankelijk ware van den kijk, dien men in zijn wetsidee op
dien samenhang heeft!
De uitspraak „De objectieve gelding der theoretische waarheid
is logisch bewijsbaar op een voor ieder dwingende wijze" 2) is alleen
onaantastbaar voorzoover ze niet meer dan een analytisch oordeel
wil zijn. Maar dit analytisch oordeel kan nooit meer bevatten dan
1) Zie R i c k e r t System der Philosophie I (1921) S. 24 Hg. in verband
met S. 407.
a) ta.p. S. 150.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's