Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 130
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De eenheid der syntaxis 118
en stellen in die orde van zaken niet voor de verrassende tegen-
stellingen, waarvoor klanken, tot beteekenissen geworden, soms
plaatsen. Dit beteekcnis-worden is niet maar een nieuwe, toetreden-
de eigenaardigheid van klanken, waardoor slechts nieuwe onder-
scheidingen optreden, maar merkwaardigerwijze doet dit overgaan
in beteekenis 1), waarbij de klank toch ook klank blijft, nieuwe
eenheden ontstaan : het in klank verschillende wordt één, voor-
zoover klanken beteekenissen kunnen zijn. De klank, tot beteekenis ge-
worden, laat soms nog het onderscheid van klank en beteekenis
hierin merken, dat hij, van een gebruik tot een volgend zichzelf
gelijk blijvend, in dien overgang aan een andere beteekenis komt.
Even frequent echter is het optreden van éénzelfde beteekenis in
vele klanken en daarin bereikt de menigvuldigheid van het onder-
ling als klank onderscheidene een nieuwe eenheid, van anderen
aard dan de eenheid van afzonderlijke klanken zonder meer.
Reeds het gewone taalgebruik kent zekere menigvuldighcden van
klankverschijnselen als eenheden: het telkens en telkens door
anderen gebruikte woord is hetzelfde, ondanks dat het telkens en bij
ieder een andere klank is. Zulk telkens andere is dus blijkbaar tevens
één. Overigens stemmen hier klank en beteekenis nog vrijwel samen:
de eene zelfde beteekenis wordt wel telkens in een nieuwen klank
bedoeld, maar die klanken, achteraf vergeleken, zijn, ook los van
identiteit-bedoelend gebruik, zeer overeenkomstig. De ééne beteekenis
wordt dus blijkbaar begeleid door klanken, die met behoud van hun
onvermijdelijk onderling verschil, trachten de eenheid van wat zij
befeekenen bij te houden door zelf zoo gelijk mogelijk te blijven.
Deze evenwijdigheid tusschen eenheid van beteekenis en overeen-
komst van klank gaat over in een tweesprong, als de eene zelfde,
overeenkomstig blijvende klank nu eens dit en dan dat komt te
beteekenen (homoniemen) en omgekeerd de eene klank de andere,
van hem onderscheidene, daarin ontmoet, dat hij hetzelfde beteekent
(synoniemen). Den laatsten vorm van eenheid hebben behalve
synoniemen binnen één taal equivalenten als vader = père. Deze
vorm van eenheid-in-verscheidenheid ligt reeds boven wat het ge-
wone taaibesef nog als eenheid voelt. Het drukt zich over deze
1) De zegswijze, dat in de taal klanken beteekenis hebben, is hier herleid tol
deze, dat zij beteekenissen worden en dan zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's