Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 96
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De eenheid der syntaxis 84
te worden verstaan. Dit gevaar wordt echter bijna nietig, doordat
van in zichzelf de werking heeft, van zich af te wijzen en naar
het vorige en het volgende tegelijk heen te wijzen met meer effect
dan voor den gewonen smaak de leeggelaten tijd tusschen het eene
en het andere verbondene doet. Zoo wordt met van niet eenvoudig
een eenheid als ab gepresenteerd, waarvan het omgekeerde ba het-
zelfde is, zoolang de verbinding niet gepreciseerd wordt: de rol van
van in a van b is juist, dat b, hoewel toegevoegd, a alsnog onder
zich stelt, zoodat a achter b aankomt. Zoo heeft de met van uitge-
drukte betrekking dit eigenaardige, dat zij als tusschengevoegde de
leden der betrekking tegelijk meer scheidt en meer verbindt dan
ze al zijn; wat schijn is. In de beteekenis van van zelf doet zich
evenals in die van den genitiefuitgang dit scheiden en toebehooren
vereenigd als afkomst voor. Het afkomstige wijst naar zijn bron
of oorsprong, op den afstand van wat zich daaruit heeft losgemaakt,
is vervreemd, verdwenen of verloren. Indien nu van het losgeraakte
in zijn verband terug brengt, wat is er dan veranderd voor en na
de toevoeging van aan twee bestanddeelen? Van laat het een ,,van"
het ander weggaan en roept het weer terug. Zoo liggen in van
werkingen, die elkander opheffen : van bindt en scheidt in dubbele
mate; het resultaat is zijn overbodigheid.
Van als apart woord bekeken is evenzeer een zelfstandig bestand-
deel, als dat wat door van verbonden wordt. Ook als daarbij wordt
in het oog gevat, dat dit aparte bestanddeel anders meedoet dan
wat er aan weerskanten omheen staat, nl. onzelfstandig, aangewezen
op een voor en na, behoudt het eigen bestand. Verbindend wat
zonder zijn presentie al verbonden was beteekent het niets,
herleid tot het resultaat van zijn scheidende en verbindende,
voorwaartsche en achterwaartsche beweging werkt het niets uit en
valt in de leegte weg. Deze gecompliceerde nietigheid van werking,
die zich voor den gewonen smaak als iets positiefs voordoet, heeft
van gemeen met zijn soortgenooten in, uit, aan, tot, e.a. Onder-
scheiden van die soortgenooten is het misschien alleen als model
van een woord met nietige beteekenis; één ermee is het in het breken
van de twee-eenheid van verbondenen, welke onder den drang
der taal naar relief toegeeft aan de breking met het tusschengevoeg-
de van, den opvolger van den ouderen genitiefuitgang.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's