Wetenschappelijke bijdragen aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan - pagina 156
Aangeboden door hoogleraren der Vrije Universiteit ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan (20 oktober 1930)
De Leerschool van Lucretia Wilhelmina H4
maar het zal toch wel geheel na 1750 vallen. Zelfs zou men eenigen
samenhang kunnen gissen met de politieke gebeurtenissen van 1747
tot 1750. Maar er zou nog meer, dat zij op later leeftijd uitgaf, uit
deze eerste periode afkomstig kunnen zijn. Ik denk aan Gelonide^),
dat verrassend goed zou aansluiten bij Artemines. De óók klassiek-
historische stof kan zij weer, zij het met nog veel meer eigen aan-
vulling, uit Herodotus hebben genomen (in Fransche vertaling, ver-
moed ik). W a a r zij eerst broedertwist ondanks broederliefde teh-
gevolge van moederlijke heerschzucht had geteekend, wilde zij nu
moederhefde teekenen, die zich gaarne voor haar zoon wil offeren.
Ook hier vinden we weer duidelijk de christelijke geloofsopvattingen
achter de heidensche vormen in gebed tot, vertrouwen op de
goden, verheerlijking van hun rechtvaardig wereldbestuur. Al kan
men de opvolging harer heldendichten: David 1767 — Germani-
cus 1779 ernaast stellen, toch doet mij een terugkeer in 1785 tot
deze zoo onhandige, onnutte verkleeding van 1745 al te vreemd
aan, na haar zoo overduidelijke voorkeur voor sprekende christe-
lijke, liefst hervormd-christelijke stoffen. De reeks Beleg en Ontzet
van Leiden, Jacob Simonsz. de Rijk, De Camisards, Maria van
Bourgondië, Louize d'Arlac^), Sebille van An jou (dit laatste met
een voor V a n M e r k e n en haar tijd niet zoo ver uit het geHd
stappende verheerlijking van Saladijn) besluit al te zonderling met
Gelonide. Ook tekorten in samenstelling en uitdrukking, onbehol-
penheden en overdrijvingen, doen mij meer aan de begin- dan aan
de slot-periode denken. En eindelijk, de reien, die hier als uit de
lucht komen vallen, met slechts een enkel woord, niet tot verdedi-
ging, maar als gebruiksaanwijzing, zijn beter te begrijpen bij de
jeugdige V a n M e r k e n uit gemeenschap van bezwaren tegen
het verbod met H u y d e c o p e r en C l a e s B r u i n , die vergoe-
ding zochten in nauw verwante strophische monologen, dan bij de
oude dichteres als een practisch overtroeven van de jongeren
B i l d e r d i j k , D e L a n n o y en F e i t h , voor wie, blijkens on-
derlinge uiteenzettingen, de waarde van de rei in dezen tijd (1780)
juist weer een belangrijk vraagstuk werd.
1) Laatste stuk in Tooneelpoëzg II (1786).
^) Stof uit T h u a n u s; de strijd van edele Hugenootsche Franschen tegen lage
Roomsche Spanjaarden, in Florida, tot bescherming der idyllisch geschilderde
ingeboren Indianen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 20 oktober 1930
Publicaties VU-geschiedenis | 310 Pagina's