Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 188
184
kennis?' In het verlengde hiervan werden vragen gesteld als: wat kun je precies
verwachten van epidemiologisch onderzoek; is het pure kennisvermeerdering of
heeft de samenleving er ook iets aan? Ondanks kritische noten was men
eensgezind over het advies aan de minister om de financiering te continueren.
Een belangrijke aanbeveling van de commissie was dat het EMGO-Instituut
nog steeds beschermd moest worden. Men vond dat er het risico bestond dat aan
de financiering zou worden geknabbeld door de rest van de faculteit. Deze
bescherming leek wenselijk aangezien het EMGO-Instituut op dat moment zeker
niet de ster van de VU was; er was nog niet veel gepubliceerd. De middelen van
het EMGO-Instituut vormden echter een schril contrast met groepen die soms
een hogere wetenschappelijke kwaliteit hadden en die wél moesten bezuinigen.
Maar gezien de wordingsgeschiedenis van het EMGO-Instituut vond de
commissie het begrijpelijk dat de kwaliteit nog niet vergelijkbaar was met die van
al langer bestaande groepen.
EMGO-Instituut anno 1997 en toekomst
Het EMGO-Instituut anno 1997 heeft volgens Mandema een duidelijk eigen
gezicht binnen de VU gekregen. De kliniek werkt nu mee aan projecten op een
dusdanige manier dat er ook sprake is van extramuraal onderzoek, in
tegenstelling tot de beginperiode. Mandema meent dat er ook in de toekomst
een rol blijft weggelegd voor het EMGO-Instituut. Zelfs voor sterk opkomende
wetenschapsgebieden zoals moleculaire biologie blijft, naast kennis van de
genetische opmaak van de mens, de invloed van omgevingsfactoren van groot
belang om te analyseren.
Toch kunnen er ook kritische kanttekeningen worden geplaatst. Al in 1990
deed de commissie de aanbeveling om het begrip 'extramuraal geneeskundig
onderzoek' te definiëren. Zoals het momenteel reilt en zeilt, lijkt de noodzaak
voor nadere definiëring niet van belang. Echter, medewerkers binnen het
instituut kunnen steeds vragen oproepen over 'wat hoort er wel bij en wat niet'.
Voor de herkenbaarheid en de wervingskracht is het volgens Mandema van
belang om het begrip goed te omschrijven. Zo lijkt het voor de toekomst
belangrijk om concreet aan te geven hoe je de relatie met huisartsgeneeskunde
ziet. Momenteel heeft Mandema de indruk dat deze relatie toch betrekkelijk
afstandelijk is, en er weinig echte samenwerking is in onderzoeksprojecten.
Ook staat Mandema stil bij de commissie van externe deskundigen, waar hij
in 1995 deel van uitmaakte. Deze commissie had de opdracht om de faculteit der
Geneeskunde van de VU en de Raad van Bestuur van het VU-Ziekenhuis advies
te geven over de nadere profilering van het medisch cluster VU (commissie
2000). Een van de adviezen was dat het EMGO-Instituut samen met het OC 1-2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's