Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 134
130
ongeveer 12 jaar oud waren. Tot en met 1980 werden drie vervolgmetingen
verricht, gevolgd door een vijfde meting in 1985 en een zesde en een zevende
meting in 1991/1993. Thans (1996/97) wordt het longitudinale cohort op een
leeftijd van circa 32 jaar voor de achtste maal gemeten, gelijktijdig met een even
groot cohort dat tijdens de tienerjaren slechts eenmaal is gemeten. De jaarlijkse
metingen omvatten een groot aantal biologische -, psychologische - en leefstijl-
variabelen welke van belang lijken voor het ontstaan van cardiovasculaire
aandoeningen zoals het percentage lichaamsvet, serumcholesterol, hypertensie,
aerobe fitheid, type A/B gedrag, coping, lichaamsbeweging, voeding, roken en
alcoholgebruik. In eerste instantie was het onderzoek beschrijvend van aard,
terwijl thans meer de nadruk ligt op het analyseren van (quasi-) causale
verbanden tussen de gemeten variabelen en het risico voor hart- en vaatziekten.
Van 1984 tot 1992 werd het onderzoek mede vanuit de Vrije Universiteit
(Faculteit der Bewegingswetenschappen) uitgevoerd. Vanaf 1992 is het
onderzoek uitsluitend bij de Vrije Universiteit ondergebracht. Begin 1996 vond,
met de overgang van beide senior-onderzoekers (Han Kemper en Willem van
Mechelen), inbedding van het AGGO in het EMGO-Instituut plaats.
Huidige stand van zaken
Al het onderzoek speelt zich af in een extramurale setting en kan worden
ingedeeld in vier onderzoeksthema's: de effectiviteit van leefstijl interventies op
cardiovasculaire gezondheid bij specifieke populaties, beloop of ontwikkeling van
biologische risico-indicatoren voor cardiovasculaire aandoeningen (zogenaamde
'tracking'), relaties tussen leefstijlfactoren en de ontwikkeling van risico-
indicatoren voor cardiovasculaire aandoeningen, en de effecten van
gezondheidsvoorlichting op de cardiovasculaire gezondheid
De effectiviteit van leefstijlintefventies op cardiovasculaire gezondheid bij
specifieke populaties
Een belangrijk aspect van dit onderzoeksthema is het vaststellen van de
verhouding tussen het aantal bekende en onbekende gevallen van milde
hypertensie bij oudere personen in huisartspraktijken. Tevens wordt nagegaan in
hoeverre een zoutbeperkt dieet een alternatief vormt voor een medicamenteuze
hypertensiebehandeling. Veel ervaring is opgedaan met onderzoek naar de
effectiviteit van gestructureerde zorg voor patiënten met hoge bloeddruk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's