Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 193

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 193

2 minuten leestijd

189

Bij De Haan is deze verwondering ook terug te vinden in een van de stellingen

behorend bij zijn proefschrift:

'Extramurale geneeskunde wordt in Nederland vooral 's zomers

door veeartsen beoefend'

Het meest trieste van de beginperiode is volgens De Haan dat er geen

samenwerking ontstond tussen de vakgroep Huisartsgeneeskunde, met zijn

inhoudelijke kennis van de eerste lijn, en de vakgroepen binnen de faculteit die

kundiger waren ten aanzien van de methodologie van wetenschappelijk

onderzoek. Pas toen de aanstelling van Miettinen rond was, kon er gewerkt

worden aan integratie.

Het meest kenmerkende van het prille begin van het nieuwe instituut vond

De Haan het gebrek aan een eigen gezicht. 'Op een zeker moment werden

binnen de faculteit brieven verzonden van een onbekend iemand op een

onvindbaar adres vanuit een onduidelijk 'Instituut EGO', kortom het was

allemaal heel geheimzinnig (EGO werd later veranderd in EMGO). Iedereen

voelde wel dat het belangrijk was, want er zat geld. Kort na de aanstelling van

Miettinen werd de cursus 'Principles of intervention research in extramural

medicine' gegeven. Al snel kwam er een oproep voor deze aan de medische

faculteit volledig onbekende cursus, waar je echter wel aan behoorde deel te

nemen én je moest vooral snel reageren'.

Tijdens de cursus bleek dat het de bedoeling van Miettinen was om mensen

te leren kennen en om de samenwerking te starten. Na deze cursus werd De

Haan gevraagd om co-directeur te worden. De Haan: 'Deze functie zou men als

een soort zoenoffer kunnen beschouwen, in de zin dat er iemand van de

huisartsgeneeskunde actief betrokken werd bij de ontwikkeling van het EMGO-

Instituut'.

De functie van co-directeur was in die tijd niet eenvoudig. Als co-directeur

was De Haan verantwoordelijk voor het continuüm van het aanschaffen van

gummetjes, aanstellen van personeel, ontwikkelen van onderzoeksplannen en

zorgen voor de continuïteit van informatie naar een directeur die vooral in

Canada verbleef. Bovendien lag hij regelmatig in de vuurlinie tussen het

personeel en Miettinen. Bij het nemen van beslissingen telde bij Miettinen alleen

de wetenschappelijke zaken, terwijl men in Nederland gewend was om ook

belangen van personeel mee te laten wegen in de beslissing. Er was duidelijk

sprake van een cultuurverschil. In Canada tellen vaste aanstellingen niet, in

Nederland wel.

Terugblikkend kunnen er natuurlijk veel plussen en minnen op een rij gezet

worden. De grote methodologische deskundigheid van Miettinen kan niet

onvermeld blijven. Door deze deskundigheid kon Miettinen zeer snel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 193

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's