Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 39
37
ertoe om, ondanks mijn instemming met de hoofdlijnen, toch ook een
aantal kritische kanttekeningen bij uw plannen te plaatsen, omdat hierin
enkele niet onbelangrijke leemtes voorkomen.'
De gesignaleerde leemtes betreffen het gebrek aan aandacht voor de positie
van de vakgroep Huisartsgeneeskunde en het huisartsgeneeskundig onderzoek
(terwijl uitbouw hiervan expliciet was opgenomen in de beleidsafspraak van de
minister met de VU), het gebrek aan aandacht voor het onderwijs en de
afstemming en wisselwerking tussen de facultaire plannen en het project van het
VU-Ziekenhuis (het huidige Onderzoeks Centrum Eerste-Tweede lijn: OC 1-2).
De minister vervolgt met het noemen van een aantal voorwaarden voor het
beschikbaar stellen van de vernieuwingsgelden aan de universiteit:
' 1 . De vakgroep Huisartsgeneeskunde dient een daadwerkelijke inbreng te
hebben in de onderzoeksplannen van het centrum voor extramuraal
geneeskundig onderzoek. Ik geef u in ernstige overweging om voor
enkele jaren een bepaald percentage van de thans nog niet aan
lopende projecten toegewezen vernieuwingsgelden beschikbaar te
stellen voor versterking van de vakgroep Huisartsgeneeskunde en het
huisartsgeneeskundig onderzoek.
2. Ruime aandacht moet worden gegeven aan de versterking van de
contacten met het extramurale veld en versterking van de eerstelijns
affiliaties. Ook is aandacht vereist voor de relatie tussen onderzoek en
onderwijs.
3. In de toekomst dient meer afstemming en samenwerking tot stand te
komen tussen faculteit en ziekenhuis met betrekking tot de versterking
van de extramurale gezondheidszorg en de samenwerking eerste en
tweede lijn en wel zodanig, dat wederzijdse bevruchting en overdracht
van resultaten mogelijk is.'
De door de minister gevraagde, met het ziekenhuis afgestemde, voortgangs-
rapportage in mei 1987 heeft blijkbaar in voldoende mate aan deze voorwaarden
voldaan, hoewel een exemplaar hiervan niet meer te achterhalen was.
Desondanks was een gevoel van onvrede over de door de faculteit gevolgde
procedures en het uiteindelijke resultaat wat betreft het invullen van de opdracht
van de minister door de faculteit mede de aanleiding voor de toenmalige
hoogleraar Huisartsgeneeskunde Cor Spreeuwenberg om zijn functie bij de
vakgroep Huisartsgeneeskunde met ingang van september 1987 neer te leggen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's