Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 231
227
altijd afhankelijk zijn van de reden waarom ze gegeven worden. Er was
bijvoorbeeld het plan om plastische chirurgie niet meer te vergoeden. Er
ontstond een heftige discussie: men wilde wel vergoeden bij ongevallen, maar
niet als mensen ontevreden zijn met hun uiterlijk. Ook op het gebied van
levertransplantaties rezen soortgelijke vragen. Moeten we alleen vergoeden als er
aan die en die voorwaarden (bijvoorbeeld wel bij leverinsufficiëntie, niet als
leverkanker of alcoholisme in het spel is) is voldaan?
Een vraag die van der Kooij in zijn functie bij de ziekenfondsraad sterk heeft
beziggehouden is de vraag:
'Hoe verhoudt zich wetenschappelijke kwaUteit tot (maatschappelijke) relevantie?'
In de Ziekenfondsraad is heel optimistisch geprobeerd om de relevantie van
onderzoeksvragen te kwantificeren. Dit zou mogelijk zijn door de volgende drie
stappen:
1. Aan ziekten wordt een rangorde toegekend, die een indruk geeft van het
'maatschappelijk belang' op basis van zaken als ziektelast, sterfte en kwaliteit
van leven en prevalentie.
2. In tweede instantie moet je weten of onderzoek op enig gebied een
belangrijke verbetering van de zorg zou betekenen.
3. De uitvoerbaarheid en haalbaarheid van het onderzoek moeten worden
ingeschat.
'Door eenvoudigweg op te tellen en te vermenigvuldigen, krijg je uiteindelijk
een prioriteitenlijst, die aangeeft welk onderzoek als eerste gedaan zou moeten
worden'. De Ziekenfondsraad heeft een prioriteitenlijst opgesteld, in de tijd dat
mevrouw Borst vanuit de Gezondheidsraad de empirische basis van de
geneeskunde aan de kaak stelde. Zij achtte 'technology assessment' ook
noodzakelijk bij gezondheidszorgvoorzieningen die al heel lang in gebruik zijn.
Daarom werd aan de Ziekenfondsraad gevraagd een exercitie tot prioritering te
ondernemen. Met verschillende deskundigen zijn er 'brainstorm'-sessies
gehouden en werd de literatuur gescreend. Vervolgens werd in een delphi-achtig
onderzoek gevraagd of deskundigen aan wilden geven wat zij meer of minder
nuttig vonden. Hierbij werd naar een algemene onderbouwing gevraagd middels
argumenten als de ernst van de ziekte, de verbetering die door het onderzoek te
verwachten is en de kosten.
'Achteraf hadden we deze opdracht aan een universiteit moeten uitbesteden'
Uiteindelijk resulteerde deze exercitie in een lijst van 126 onderwerpen met
een 'top 25' van de Ziekenfondsraad. Van der Kooij noemt de top 25 echter een
slecht voorbeeld van een prioriteitenlijst. Een slecht voorbeeld, aangezien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's