Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 170
166
door het rapport van de Raad van Advies voor Wetenschapsbeleid (RAWB)
waarin het wetenschappelijk onderzoek van de medische faculteit van de VU als
onder de maat werd beoordeeld. Dit stoorde Feenstra in hoge mate, want voor
de beoordeling van de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek waren
verouderde gegevens gebruikt van de VU en als gevolg daarvan stak de VU
slecht af bij andere universiteiten. Bovendien werd de kwaliteit van de
patiëntenzorg en het onderwijs niet in de overwegingen meegenomen.
'De VU werd op oneerlijke en onterechte gronden in diskrediet gebracht'
In dit tijdsgewricht werd Feenstra benoemd tot decaan omdat hij, in de
hoogtijdagen van de universitaire democratie, mogelijk goed zou liggen bij de
studenten gezien zijn jeugdige leeftijd. Aangezien de opdracht om zich te
concentreren op extramurale zorg in de kliniek niet met gejuich werd ontvangen,
wilde de faculteitsraad bij voorkeur een klinisch hoogleraar als decaan.
Aangezien hij bovendien af en toe wel gemist kon worden bij de afdeling Keel-,
Neus- en Oorheelkunde, werd hij in 1984 benoemd.
Rekenen en verdelen
In het begin van zijn decanaat stond Feenstra voor een zware opgave: 18%
van de formatie moest worden ingekrompen en het wetenschappelijk onderzoek
moest worden versterkt en hierbij zou de VU zich dus sterk moeten richten op
onderzoek binnen de eerstelijns gezondheidszorg. Eigenlijk was dit een schier
onmogelijke opgave. Achteraf vindt Feenstra dat het aardig is gelukt. Voor veel
van de huidige activiteiten zijn destijds de fundamenten gelegd. Samen met
prof.dr. A.A. Knoop en prof.dr. E. van Leeuwen (toen nog dr.) vormde Feenstra
een driemanschap in het faculteitsbestuur. 'We hebben elkaar niet afgemaakt
maar we zijn juist vrienden geworden'. Om de bezuiniging te kunnen realiseren
is er een rekenmodel opgesteld om tot een duidelijke verdeelsleutel te kunnen
komen voor onderwijs, praktijkonderwijs, patiëntenzorg en onderzoek. De
formatie voor wetenschappelijk onderzoek werd verdeeld op basis van de toen
aangewaaide mode waarbij gebruik werd gemaakt van de 'Science Citation Index'
en impact-factoren. Achteraf vindt Feenstra dit nog steeds een slimme zet, want
de attitude ging in drie jaar geheel om. Zo ontstond er een verhoging van de
wetenschappelijke productie met 18% minder mensen. Ook het onderwijs werd
anders op poten gezet. Het algemeen co-assistentschap (ALCO) is destijds
opgezet als voorbereiding van studenten op de co-assistentschappen in
ziekenhuis, huisartspraktijk etcetera.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's