Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 20

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 20

2 minuten leestijd

18

statische opvatting van somatisatie als een relatief stabiel aan het individu

gekoppeld kenmerk. De eerste opvatting vindt de meeste weerklank in de eerste

lijn, de tweede vooral in psychiatrische kring. Een algemeen geaccepteerde

definitie is die van Lipowski: 'Somatization is a tendency to experience and

communicate somatic distress and symptoms unaccounted for by pathological

findings, to attribute them to physical illness and to seek medical help for them'.

Hoewel dit nooit door Lipowski zelf zo is bedoeld, hebben vele onderzoekers

hun somatisatie-onderzoek toegespitst op patiënten met klachten/symptomen die

somatisch niet verklaard kunnen worden. Deze psychologisering van lichamelijke

klachten verhoogt de neiging van patiënten hun klachten nog overtuigender te

presenteren, respectievelijk aan te dringen op meer lichamelijk onderzoek. Het

consequent proberen uit te sluiten van een somatische basis van de klachten kan

daarom aperte negatieve consequenties voor het somatisatie-proces zelf hebben.

Zekerheid over de diagnose bestaat immers pas als er geen organisch substraat

kan worden aangetoond. Na hoeveel onderzoek bestaat die zekerheid echter? En

hoe vaak wordt er niet toch een positieve bevinding gedaan? Hoe paradoxaal

komt al dat lichamelijk onderzoek over op patiënten als het juist gaat om het

aantonen dat een somatische achtergrond van de problematiek ontbreekt? En

moet somatisatie-geneigdheid uitgesloten worden bij mensen met een duidelijk

aantoonbare somatische achtergrond?

Het zijn allen retorische vragen met hetzelfde antwoord: het onderscheid

tussen klachten met en zonder ziekte is voor een adequate benadering van

somatisatie minder relevant. Bij somatisatie gaat het met name om een

discrepantie tussen de ernst van de klachten/ziekte en de beleving en het gedrag

van de patiënt, ongeacht de vraag of de patiënt nu een aantoonbare ziekte heeft

of niet.

Een dergelijke interpretatie van de definitie van Lipowski, toegepast op een

procesbenadering van somatisatie vormt het juiste uitgangspunt om de grote

dynamiek van somatisatie-verschijnselen in de eerste lijn het hoofd te bieden. In

deze benadering bestaat ook oog voor de rol van hulpverleners en personen uit

de omgeving van de patiënt in dat proces, met verschillende stadia en

verschillende ernstgraden. Met name de vergevorderde en hardnekkige gevallen

van somatisatie vereisen daarbij bemoeienis van meer gespecialiseerde

hulpverleners. Er hoeft daarbij geen sprake te zijn van een tegenstelling tussen

de dynamische en de statische opvatting van somatisatie, mits de hulpverlening

van eerste - en tweede lijn maar afgestemd is. Essentiële voorwaarde daarvoor is

wel een gemeenschappelijke visie op het probleem.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 20

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's