Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 250
246
Promovendus
Alweer een discussiepunt. De beslissing over wie de eer toekomt zich de
eerste echte EMGO-promovendus te mogen noemen, hangt af van het criterium
dat gehanteerd wordt. De kandidaten die in aanmerking komen zijn Marten de
Haan, Dona Hameleers, Adèle Engelberts en Rob Scholten.
Marten de Haan, toenmalig waarnemend directeur en co-directeur
Huisartsgeneeskunde van het EMGO-Instituut, promoveerde op 16 december
1988 op het proefschrift 'Indicators of chronic respiratory disease in primary care
of children: a survey of Dutch 6-11 year-olds'. Hij was in ieder geval de eerste
die als EMGO-medewerker promoveerde. Zijn onderzoek was echter al gestart
voordat gelden uit het Vernieuwingsfonds beschikbaar kwamen en dus slechts
gedurende een beperkte periode gefinancierd door het EMGO-Instituut.
De tweede kandidaat, Dona Hameleers, promoveerde in 1990 op het
proefschrift 'Immunology of the upper respiratory tract: studies on rat
nasal-associated lymphoid tissue and human nasal mucosa'. Het onderzoek
waarop dit proefschrift betrekking had, behoorde tot de overgeërfde projecten,
gefinancierd vanuit het Vernieuwingsfonds, waarvan de extramurale relevantie
niet direct voor de hand lag. In de beschrijving van de onderzoeksprojecten in
het jaarverslag 1987 wordt over dit project het volgende gezegd: 'Op grond van
de voortgangsrapportage d.d. 9 september 1987 werd door de directie via het
EMGO-bestuur een advies gevraagd aan de Vaste Commissie voor de
Wetenschapsbeoefening. Hierbij werd opgemerkt dat het project niet op het
gebied van de extramurale geneeskunde leek te liggen'. Bij de aanvang van dit
project waren noch de directeur, noch het EMGO-bestuur betrokken geweest.
De verantwoordelijkheid voor dit project, evenals voor twee van de andere
overgeërfde projecten, werd enige tijd later overgedragen aan de Vaste
Commissie voor de Wetenschapsbeoefening, hoewel de formatie op de begroting
van het EMGO-Instituut zou blijven drukken.
Kandidaat nummer drie, Adèle Engelberts, lijkt de echte eerste EMGO-
promovendus. Haar onderzoek over wiegedood (tegenwoordig wiegendood)
behoorde tot de eerste serie projecten die zowel door de toenmalige directeur
Olli Miettinen, als door het EMGO-bestuur werden goedgekeurd, en daarmee
tot de eerste echte EMGO projecten. Zij promoveerde op 18 januari 1991 op
het proefschrift 'Cot death in the Netherlands: an epidemiological study'. In dit
onderzoek, een 'case-referent study' conform de toen gehanteerde terminologie
van Olli Miettinen, werd aangetoond dat er een verband bestaat tussen
buikligging van zuigelingen en de kans op wiegedood. Naar aanleiding van
vooronderzoek (door Engelberts en De Jonge) was, voordat het eigenlijke
onderzoek van start zou gaan, al in oktober 1987 door de Nationale
Kruisvereniging een dringende aanbeveling gedaan om zuigelingen niet meer op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's