Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 181

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 181

2 minuten leestijd

177

Vormgeving van het EMGO-Instituut

Dekker was met anderen van mening dat het een goede zaak zou zijn als het

EMGO-Instituut een sterke methodologische inslag zou krijgen. Dekker was hier

een groot voorstander van, aangezien hij in zijn functie als directeur van de

Nederlandse Hartstichting een groot aantal subsidie-aanvragen onder ogen kreeg

die, evident, methodologisch niet haalbaar waren en toch door meerdere

hoogleraren waren ondertekend. Naast een sterke methodologische inslag leek

het goed en verstandig om het instituut zodanig vorm te geven dat ook de

intramurale geneeskunde wetenschappelijk gezien winst zou kunnen boeken.

Dekker was van mening dat een huwelijk tussen het technisch kunnen van de

intramurale geneeskunde en de bijzondere patiëntenpopulaties van de extra-

murale geneeskunde om deze reden gewenst was.

Het bleek niet eenvoudig om het instituut vorm te geven zoals men dat voor

ogen had. In de faculteit waren er namelijk grote tegenkrachten. Vakgroepen in

de faculteit voelden zich beroofd van 'hun' geld. Men wilde graag beslag leggen

op dit geld om posities van medewerkers te kunnen behouden voor de vakgroep.

Allerlei constructies werden destijds bedacht om te voorkomen dat bepaalde

budgetten naar het EMGO-Instituut zouden gaan.

'We vochten als doggen om de posities voor het EMGO-Instituut vast te houden'

Gelukkig was er rugdekking vanuit de hoogste regionen van het bestuur. Drs.

H.J. Brinkman, destijds voorzitter van het College van Bestuur, stond achter de

vormgeving van het EMGO-Instituut. Ook profdr. L. Feenstra, destijds decaan

van de medische faculteit, geloofde sterk in de epidemiologie. Dekker: 'Feenstra

zag duidelijk de toegevoegde waarde van de epidemiologie voor de kliniek en

vond het tevens nuttig om de huisartsgeneeskunde met wetenschap te

bevruchten'.

Directeur

Het vinden van een passende directeur voor het instituut bleek niet

eenvoudig. Na benadering van verschillende personen werd in december 1986

Miettinen gevraagd voor de functie. Het kostte niet veel overredingskracht om

Miettinen voor deze functie te interesseren. Wel had hij een aantal eisen. Zo

wilde hij iemand voor het administratief management en ook een onderdirecteur.

Daarnaast wilde hij de kosten vergoed krijgen voor zijn verblijf in een hotel en

de vliegreis. De VU heeft destijds deze eisen ingewilligd.

Toen ontwikkelde de zaak zich ten dele bevredigend. Het schip op koers te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 181

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's