Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 29
27
afkorting gevonden moest worden die voor iedereen te pruimen was. Naast de
alternatieven STOEG (in de betekenis van Stichting voor Onderzoek in de
Extramurale Geneeskunde; in een iets andere betekenis al eerder gebruikt als
naam voor een beleidsadviescommissie, zie volgende paragraaf) en Centrum voor
EGO (de betekenis zal duidelijk zijn, evenals het feit dat dit als een volstrekt
ongeschikte aanduiding beschouwd werd), passeerden de volgende
mogelijkheden de revue: ExGo, Exgeno, CEMGO, CEGO en WOEG (de 'C'
staat hierbij steeds voor Centrum, de 'W' voor Werkgroep). Het verlossende
woord kwam, naar zijn eigen zeggen (zie het hoofdstuk 'In gesprek met prof.dr.
Jan van der Meer'), van het toenmalige bestuurslid prof.dr. J. van der Meer,
hoogleraar Inwendige Geneeskunde, en vanaf dat moment was het: Instituut
voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek (EMGO-Instituut). Gezien de
andere alternatieven mogen wij hem hier dankbaar voor zijn. Overigens was
eerst nog sprake van het Centrum voor EMGO: in de besluitenlijst van de
vergadering van het EMGO-bestuur d.d. 9 en 11 juni 1986 is te lezen dat 'De
afkorting EMGO voortaan gebruikt zal worden als naam voor het Centrum voor
Extramuraal Geneeskundig Onderzoek. Dit zal aan de facultaire gemeenschap
bekend worden gemaakt'.
Wat er aan vooraf ging
Hoewel de medische faculteit van de VU al in 1983 door de minister was
aangewezen om het extramuraal geneeskundig onderzoek te versterken (zie
'Inleiding'), bleek de invulling van deze opdracht niet eenvoudig. Er werden
uitgebreide voorbereidende discussies gevoerd, vooral geïnitieerd door het
faculteitsbestuur onder leiding van de toenmalige decaan en hoogleraar Keel-,
Neus- en Oorheelkunde Louw Feenstra (die het EMGO-Instituut altijd een
warm hart bleef toedragen). In deze discussies werden verschillende
mogelijkheden besproken die theoretisch zouden kunnen leiden tot het in korte
tijd uitvoering geven aan de opdracht van de minister (zoals het aantrekken van
een volledige onderzoeksgroep van elders), alsmede mogelijkheden waarbij de
facultaire gemeenschap een grotere inbreng zou hebben (waarbij vakgroepen
subsidie zouden kunnen aanvragen bij het EMGO-Instituut) maar die gepaard
zouden gaan met een tragere start.
In juni 1985 werd, naar aanleiding van de opdracht van de regering en
gewapend met de resultaten van bovengenoemde discussies, door de
faculteitsraad de Beleidsadviescommissie Stimulering Onderzoek Extramurale
Geneeskunde (BAC-STOEG) ingesteld, onder voorzitterschap van prof.dr. G.
Elzinga, hoogleraar Fysiologie, die ook al bij de voorbereidende discussies
betrokken was geweest. De opdracht van deze commissie bestond uit het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's