Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 214

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 214

2 minuten leestijd

210

geworden waar men zich meer op is gaan richten. Dit was een belangrijke

aanvulling aangezien de bevolking steeds ouder wordt en daardoor het probleem

vaker optreedt. Deels was de onderwerpskeuze een pragmatische, aangezien een

jonge assistent (Rob Heine) op dat moment interesse en tevens tijd had voor het

onderwerp. Op dat moment was er geen aparte afdeling Endocrinologie en

hierdoor werd het diabetesonderzoek een thema voor een groot deel van de

afdeling Inwendige Geneeskunde.

Recent is hij betrokken geweest bij het verkennend werk ten aanzien van

klinische epidemiologie. Van der Meer is erg tevreden met de komst van

klinische epidemiologie binnen de Vrije Universiteit.

EMGO-Instituut

Als bestuursHd is hij ongeveer negen jaar bij het EMGO-Instituut betrokken

geweest. Na zo'n lange periode vond hij het een goed moment om plaats te

maken voor een nieuw bestuurslid, tenslotte ging het na turbulente beginjaren nu

goed met het instituut. Over zijn inbreng is hij erg bescheiden. Volgens hem is

zijn belangrijkste inbreng de naamgeving van het instituut geweest.

De periode bij het EMGO-Instituut vond hij erg boeiend omdat het mogelijk

was om de ontwikkelingen op de voet te volgen. Zo heeft hij kunnen zien hoe de

weerstand tegen het EMGO-Instituut binnen de medische faculteit veranderde in

acceptatie, wat ertoe leidde dat het EMGO-Instituut een volwaardig onderdeel is

geworden van de medische faculteit. Ook als hoogleraar Inwendige Geneeskunde

heeft hij ondervonden wat het betekende toen extramuraal geneeskundig

onderzoek een speerpunt van het beleid werd. De keerzijde daarvan was

namelijk dat er geld stroomde vanuit het ziekenhuis naar het extramuraal

geneeskundig onderzoek waardoor ontwikkelingen die bij inwendige genees-

kunde op de agenda stonden, werden vertraagd.

'Huisartsgeneeskunde liep met de borst voondt'

Uiteindelijk is het geld niet alleen in de huisartsgeneeskunde geïnvesteerd

maar breder in het extramurale veld. Vanuit een internistisch oogpunt is hij

bijvoorbeeld erg tevreden over het diabetesproject. Dit project loopt goed en is

ook naar de kliniek gericht. Datzelfde geldt voor het osteoporose-onderzoek.

Een gevolg van de gerichtheid op de eerste lijn binnen het EMGO-Instituut

en het Onderzoeks Centrum Eerste-Tweede Lijn (OC 1-2) heeft er zijns inziens

indirect toe geleid dat binnen de afdeling Inwendige Geneeskunde van het VU-

Ziekenhuis de patiëntenpopulatie eerder is veranderd dan in de rest van

Nederland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's

Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 214

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's