Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 36
34
Van start
Het instellen van een bestuur voor het nieuwe EMGO-Instituut ging niet
zonder slag of stoot: in Ad Valvas van 6 december 1985 staat een artikel van Jan
van der Veen met als kop 'Onenigheid over bestuur extramuraal centrum:
discussie in medische faculteitsraad ontaardt in chaos'. Verder komen we in dat
artikel nog een nadere uitwerking tegen van de aandoeningen waarop het
interventie-onderzoek van het EMGO-Instituut zich vooral zou moeten gaan
richten (namelijk: kanker, chronisch a-specifieke respiratoire aandoeningen ofwel
CARA, reumatische ziekten, heupfracturen bij ouderen, diabetes, hoge
bloeddruk en hartinfarcten), alsmede een samenvatting van het commentaar van
de vakgroep Huisartsgeneeskunde op het rapport van de BAC-STOEG. Volgens
de vakgroep Huisartsgeneeskunde dreigde er onvoldoende aandacht te worden
besteed aan klachten van patiënten en teveel aan ziekten zelf. Bovendien was
men van mening dat ook geestelijke gezondheidsproblemen, zoals depressie,
dementie en stress aandacht zouden moeten krijgen. Volgens Elzinga was
dergelijk onderzoek echter zeker niet uitgesloten.
Na deze discussies over het toekomstige EMGO-bestuur werd in 1986 eerst
met recht een aanvang gemaakt met het op poten zetten van het EMGO-
Instituut. In de vergadering van de faculteitsraad op 7 januari van dat jaar werd
een benoemingscommissie ingesteld ten behoeve van de werving van een
hoogleraar Epidemiologie en directeur van het EMGO-Instituut. In maart werd,
op voordracht van het faculteitsbestuur, door de faculteitsraad het eerste
EMGO-bestuur benoemd (zie tabel 4). De samenstelling was conform de Wet op
het Wetenschappelijk Onderwijs uit 1984, en bestuursleden dienden geen directe
betrokkenheid te hebben bij de uitvoering van de werkzaamheden in het
instituut. Het bestuur droeg de verantwoordelijkheid voor het totale programma
van het EMGO-Instituut, waaronder onderzoek, opleiding en training van
onderzoekers, normontwikkeling en het geven van adviezen en het doen van
aanbevelingen. Daarnaast werd van het bestuur verwacht dat voorstellen voor het
stimuleren van het extramurale onderzoek in de faculteit zouden worden gedaan,
prioriteiten zouden worden vastgesteld en de kwaliteit van onderzoeksvoorstellen
zou worden beoordeeld (zie voor meer informatie over het EMGO-bestuur het
hoofdstuk 'Taken en bevoegdheden van het bestuur van het EMGO-Instituut').
Naast de eerder gememoreerde doelstelling, zoals die in het rapport van de
BAC-STOEG (in de wandelgangen al snel het STOEG-rapport genoemd) werd
weergegeven, liet het EMGO-bestuur zich in deze periode in belangrijke mate
leiden door het, eveneens in het STOEG-rapport geformuleerde uitgangspunt
met betrekking tot de aard van het aan te vangen onderzoek, te weten
'onderzoek naar de effecten van interventies in de extramurale geneeskunde'.
Deze expliciete keuze voor een nadruk op interventie-onderzoek werd in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's