Gewoon of tóch bijzonder. EMGO-instituut 1987-1997. - pagina 48
46
opzetten van grootschalig epidemiologisch onderzoek, zoals EPISOD. Olli bleef
overigens beschikbaar als wetenschappelijk adviseur van het EMGO-Instituut.
De taken van Olli Miettinen werden tijdelijk overgedragen aan Marten de
Haan, die van juli tot oktober de positie van directeur waarnam. Op 1 oktober
werd prof.dr. H.A. (Hans) Valkenburg, toen net met emeritaat in Rotterdam,
benoemd tot wetenschappelijk directeur van het EMGO-Instituut (hij voegde
daar zelf vaak 'interim-' aan toe: zie ook het hoofdstuk 'In gesprek met Hans
Valkenburg').
Hoewel Hans Valkenburg het vooral als zijn taak zag er voor te zorgen dat
het EMGO-Instituut in deze interim-periode op de rails bleef en de voortgang
van de lopende projecten te bewaken, waren er enkele zaken die aanpassing
behoefden. Als eerste was dit het volledig ontbreken van het benul bij de
toenmalige, nota bene academisch gevormde, wetenschappelijke staf-
medewerkers (Didi Kriegsman, Nico de Neeling en Rob Scholten, alsmede Onno
Omta) dat het van belang was om ook zelf te promoveren (zie voor details het
hoofdstuk 'In gesprek met Hans Valkenburg). Ten tweede kon Hans Valkenburg
zich niet vinden in de door Olli Miettinen ontwikkelde structuur van het EMGO-
Instituut als 'doorgeefluik van centen' (zie 'In gesprek met Hans Valkenburg').
Onder zijn leiding is in deze structuur dan ook langzamerhand verandering
gekomen.
Het eerste project dat, op initiatief van Hans Valkenburg, volledig onder
verantwoordelijkheid van het EMGO-Instituut werd gestart, was het onderzoek
'Epidemiologie meningococcen-meningitis'. De aanleiding voor dit onderzoek
was de, eind 1988 en begin 1989 gesignaleerde, grote toename van het aantal
meldingen van meningococcen-meningitis (nekkramp) en de onrustbarende
stijging van de sterfte ten gevolge van deze aandoening (meer dan 10% van de
patiënten overleed). Vanaf februari 1989 ging Rob Scholten (die hiermee
meteen een promotie-onderwerp had), ondersteund door Mieke Leenheer, in
volle vaart aan de slag met het ontwikkelen van vragenlijsten en procedures,
zodat al in maart van dat jaar met de dataverzameling begonnen kon worden.
Het resultaat van het project kan worden teruggevonden in het proefschrift 'The
increased incidence of meningococcal disease in the Netherlands 1980-1990' (en
in verschillende artikelen) waar Rob in 1993 op promoveerde. Overigens wordt,
in samenwerking met het RIVM, het eveneens in het kader van dit project
begonnen laboratoriumonderzoek nog uitgevoerd door Eileene Rouppe van der
Voort.
Voor Nico de Neeling werd begin 1989 een promotie-onderwerp gevonden in
de Hoorn Studie: het neuropathie-onderzoek, dat oorspronkelijk het domein van
Pieter-Jan Beks was. Nico promoveerde in 1994, als eerste in de reeks uit de
Hoorn Studie (net voor Peter Grootenhuis) op het proefschrift 'Peripheral nerve
function in relation to glucose tolerance: the Hoorn Study'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 270 Pagina's